![]() |
|||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||
|
Classics dagboek Erik-Jan de Jong
| |||||||||||||||||
|
Maandag - Mercedes-Benz 200T
Ik stap ’s avonds in de Mercedes-Benz 200T uit 1985. In mijn herinnering was een ‘tweehonderd’ toch groter van binnen. Het stuur ligt haast op mijn benen en is niet verstelbaar. Een compacte auto anno 2010 heeft meer ruimte voorin, maar toch vind ik een goede zitpositie. De degelijkheid voert de boventoon. Het dashboard, inclusief hendels en knoppen, ziet er uit als nieuw. Een Benz van nu ziet er heel anders uit, toch vind ik het dashboard nog steeds niet gedateerd.
Dit exemplaar heeft op het moment van schrijven nog niet de officiële klassiekerstatus, want hij is 24-en-een-half jaar oud. Een zogeheten Youngtimer dus. Maar het model W123 werd al in 1975 geïntroduceerd en de combi kwam in 1980. De Benz ziet er goed bijgehouden uit, strak in de lak. De achterste wielkasten zien er goed uit. Het is een plek waar alle exemplaren vroeg of laat gingen roesten. In het rechter portiervak vind ik een dikke map met de complete historie van de auto die uit Duitsland is geïmporteerd en nog maar drie jaar in Nederland rondrijdt. De auto heeft zelfs een naam gekregen van zijn eigenaar. Wat rijdt deze auto goed. Woon-werkverkeer is eerder een plezier dan een straf. Helemaal niks te klagen dan? Toch wel. Als ik over de eerste drempel rijd blijkt dat de Benz toch niet vrij is van mankementen; ik word bijna tegen het dak gelanceerd. De gordel houdt me in de stoel en de auto deint een aantal keren na. Die schokdempers hebben hun beste tijd wel gehad. Maar dat is deze Benz niet aan te rekenen. Dinsdag - Volvo Amazon
Een Volvo Amazon (P130-122S) staat op de parkeerplaats op me te wachten. Een auto die nog heel veel rondrijdt. Met het aanschouwen van het interieur komt de nostalgie. Typische geur ook. Een melange van olie, benzine en de kunststoffen in het interieur. Zo kan alleen een klassieker ruiken. Gezeten op de lage, doorgezakte stoel met skai bekleding kijk ik over het grote bakelieten stuur door de hooggeplaatste bolle voorruit.
Op het dashboard wat schakelaars, maar geen idee welke voor het licht is. Ik gok op de trekschakelaar met het woord “Ljus” erop, en dat was goed gegokt. De auto heeft geen rolgordels, je moet ze zelf op maat verstellen. Eenmaal ingesnoerd kan je niet meer bij de radio, die rechtsvoor is gemonteerd. Schakelen gaat prima met de pook van bijna een meter lang! Het starten is wat avontuurlijker; zou ‘ie aanslaan? Na wat proberen kom ik erachter dat de choke echt helemaal moet worden uitgetrokken. Eenmaal op pad valt de zware besturing, de zware koppeling en het ontbreken van rembekrachtiging op. Een nadeel? Nee, het voldoet. Het is puur autorijden maar in een lange file wordt de koppeling niet je beste vriend. De auto rijdt verder prima. Hij moedigt niet aan om vlot te rijden. Rust voert de boventoon. Alhoewel, de linker deur sluit niet helemaal en op de snelweg wappert de wind je om de oren. Het is ‘m vergeven want de Volvo en ik, wij liggen elkaar wel. Woensdag - Citroën ID
Bij de fotostudio in Amsterdam krijg ik een kort lesje schakelpatroon, want dit is de eerste keer dat ik in een ID stap. In deze auto zitten geen stoelen maar kussens, zo lijkt het. Ik hàng er gewoon in. Opvallend: de dunne voorruitstijlen. Het is gek maar het geeft me een wat onveilig gevoel. Even later draai ik de lobbes de snelweg op. De wagen gaat in de bocht haast op één oor. Op de ring A10 voel ik dat de Citroën een “knik” heeft, een zwaar punt in de middelste stuurstand. Die kan op het lijstje voor de onderhoudsman.
Maar als ik dat negeer voert de zweverigheid de boventoon. Ik wilde het niet over de vering hebben, maar de auto deint langzaam over de beruchte kinderkoppen van de Scheveningseweg. De drempel waar ik maandag met de Mercedes overheen reed lijkt te zijn weggehaald. De volgende ochtend op weg naar kantoor merk ik dat de rechter koplamp stuk is. Kan gebeuren, maar de radio is er ook mee opgehouden. Even later, als een bestelwagen van een niet nader te noemen bedrijf van rijbaan wisselt en dwars door mij heen wil, blijkt ook de claxon niet te werken. De ID is openhartig tijdens deze korte kennismaking. Ze laat me haar prachtige uiterlijk en lieftallige karakter zien, maar haar nukken bewaart ze niet voor later. De vering is de beste die ik ooit heb gevoeld, maar het is ook wel wat te veel van het goede. In bochten helt de auto over dat het een lieve lust is. En de constante deining… Als ik even later achter mijn bureau zit ben ik nog aan het deinen. Donderdag - Alfa Romeo Giulia
Dan de Giulia. Wat een verschil met de andere auto’s! Ik had eerlijk gezegd mijn twijfels over de oude Italiaan, maar nu snap ik waarom deze auto met zijn vierkante silhouet zo populair is in liefhebberskringen. Waar de Benz zo overduidelijk Duits is, de Volvo zo lekker jaren ’60 en Citroën een gezapige onthaastingskuur lijkt, zo opzwepend is de Giulia. Als een overenergieke jack russel smeekt de motor om toeren en beloont dat met zo’n lekker geluid.
De besturing is onbekrachtigd maar dat is ook volstrekt overbodig. Hoe ze het hebben gedaan weet ik niet, maar deze auto is het antoniem van gezapig. Het cliché van Italiaans temperament is hier helemaal van toepassing. Misschien is deze auto daarom wel minder geschikt om dagelijks forenzenverkeer mee te doen. Deze moet je gewoon uitlaten op momenten dat je de ruimte hebt om lekker te rijden. Meer woorden heb ik er niet voor nodig. Dat komt goed uit, want aan schrijven kom ik deze avond niet meer toe. |
|
|||||||||||||||
| COPYRIGHT ANWB 2010 Disclaimer | |||||||||||||||||