![]() |
|||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||
|
Classics dagboek - Frank Buma
| |||||||||||||||||
|
Maandag – dinsdag Volvo Amazon
Bij verhuurbedrijf Nostalgisch Rijden.nl in Hengelo haal ik de Volvo Amazon op. Ik word onmiddellijk geconfronteerd met wat de een de charme, maar een ander de ellende van oude auto’s zou noemen: een onderdeel weigert dienst. In dit geval de ruitensproeier: een vroeg voorjaarszonnetje schijnt gemeen fel op de – vuile – voorruit. Pogingen om die schoon te maken, maken de situatie alleen maar erger.
Ik ben bijna blij dat er iets stuk is. De Amazon rijdt verder namelijk onthutsend gewoon, alsof ik in mijn dagelijkse auto onderweg ben. Oké, de slagen van de versnellingsbak zijn langer. Maar misschien lijkt dat maar zo vanwege de lage zit. Met mijn 1,93 meter piep ik nét boven het enorme stuurwiel uit. Het rijdt heerlijk, alsof ik met een oude Amerikaan op pad ben. Alleen de snelheidsbeleving valt tegen. Ik controleer geregeld of de Volvo wel in zijn versnelling staat, zo traag komt –ie van zijn plek. Aan boord van de Volvo hoef ik me niet te vervelen. De bedieningsknoppen van het instrumentarium zijn in het Zweeds, dus terwijl je de lichten (‘Lijus’) of de ventilator (‘Flakt’) bedient, spijker je meteen je talen bij. En heb je eenmaal alles ontcijferd, dan is er nog altijd het spookachtig verlichte dashboard om je aan te vergapen. Wanneer de avond valt, geeft de meterverlichting het interieur een groene gloed. Na een dag forenzen maak ik de balans op. Hoewel ik heb genoten van de lage zit en de bijbehorende rijbeleving, bemerk ik thuis een zeurende rugpijn die er vóór ik met de Volvo uit rijden ging nog niet was. Het hang- en sluitwerk van de oude Zweed laat bovendien te wensen over. Nadat ik een keer of vijf (!) het portier heb dichtgegooid, iedere keer in de veronderstelling dat hij niet goed dicht zit, blijkt het slot ondanks de beroerde pasvorm uitstekend te functioneren. Een typische Amazon-kwaal, begrijp ik later. Maar dan zijn mijn herinneringen aan de Volvo alweer bijna verdwenen. Alleen de interieurverlichting spookt nog na in mijn hoofd... Dinsdag – woensdag Alfa Romeo Giulia
Het leukste voorval met de Giulia overkomt niet mij, maar m’n vader. De oude Buma helpt geregeld een handje mee bij het halen en brengen van testauto’s. Zo ook in het geval van deze karakteristieke Italiaan, die ons ter beschikking werd gesteld door oldtimerspecialist Nico Aaldering uit Brummen. Vader Buma was al een aantal regionale wegen verder, toen plotsklaps de claxon van de Alfa begon te loeien. Niet eventjes, maar onophoudelijk. In blinde paniek drukte mijn pa allerlei prachtig gestileerde knoppen in, maar zonder effect. Tot de toeter er uit zichzelf weer mee ophield.
Dat duurde ongeveer een kilometer of twee. Daarna begon het kabaal opniéuw. Het eindeloze geclaxoneer mistte inmiddels ook zijn uitwerking op mijn vaders medeweggebruikers niet. Uit lijfsbehoud maakte hij rechtsomkeer naar Brummen, waar een op hol geslagen alarminstallatie de oorzaak bleek van de luidruchtige panne. Ook zonder claxon roept de Giulia echter agressie op. Met geen van de klassiekers ben ik zo vaak gesneden of domweg opzij geduwd als met de Alfa Romeo. Ik kreeg zelfs een middelvinger. Geen enkele keer gaf mijn rijstijl aanleiding tot zulk gedrag. Het was toch echt de auto: zijn lijnenspel, dat critici aan ‘recht-toe-recht-aan’ Oostblok-auto’s doet denken, maar met name zijn rijke uitlaatgassen. "Hij stinkt", zei mijn vriendin nadat ze in onze moderne auto achter de Giulia had gereden. Gezien mijn eerdere ervaringen, drukte zij zich nog voorzichtig uit. En dat terwijl de Alfa van de gereden oldtimers het grootste levensgenietergevoel geeft! Wanneer het zonlicht weerkaatst op het houten stuurtje, is dat de belichaming van wat de Italianen zo liederlijk ‘la dolce vita’ noemen. De Giulia laat zich net zo gretig door z’n versnellingen jagen als een hedendaagse GTI. Inclusief een prachtig, rasperig uitlaatgeluid. De Alfa is kortom een auto om verliefd op te worden. Maar hij vraagt wel om een groot hart. Niet zozeer vanwege de agressie die het model onderweg blijkbaar oproept. Eerder omdat alles in de auto zo kwetsbaar aanvoelt dat het ieder moment stuk zou kunnen gaan. Woensdag – donderdag Mercedes W123 T
De meeste mensen realiseren zich niet dat de Mercedes W123 een oldtimer is. Ook mij kost het moeite de auto als een klassieker te zien. Niet in de laatste plaats omdat –ie voorbeeldig rijdt. Maar vooral omdat dit specifieke exemplaar de oogappel is van John Libert, die de auto zo lief heeft dat hij haar de naam Dodie heeft gegeven. Zo voelt het bijna alsof je niet met een auto, maar met een persoon op pad bent.
Niet lang nadat de bordeauxrode stationwagen haar opwachting maakte in het gezin Libert, overleed John’s schoonmoeder. Omdat zijn kinderen er een gewoonte van hadden gemaakt iedere auto een naam te geven, leek het hen toepasselijk de Mercedes de naam van hun oma te schenken. En zo kan het gebeuren dat ik drie jaar later onderweg mag in een rijdend monument. Dodie is de rust zelve. In de file waan ik mij in een kuuroord, zo stil is het aan boord van de oude Mercedes. Hoewel de Benz in 1985 van de band liep, voelen de ruitenwisserstengels, verwarmings- en verlichtingsknoppen alsof ik de auto zojuist afgeleverd heb gekregen. Ze is alleen wat los in de kont. Van een verkeersdrempel geniet ik zomaar een keer of drie, vier na. Dodie heeft luchtvering en, zo geeft John ruiterlijk toe, die staat inderdaad wat soepel afgesteld. Hier kan ik wel aan wennen, denk ik herhaaldelijk tijdens mijn woon/werk-verkeer. Dat is niet eens een stiekeme gedachte: een aantal jaren geleden heb ik serieus overwogen een Mercedes W123 aan te schaffen. ’t Was een boterbloemgele, met roulettetafelgroene binnenbekleding. Maar de sedan kwam op het verkeerde moment; ik had vlak daarvoor juist een gloednieuwe auto aangeschaft. Dodie stookt het vuurtje van toen nog eens op. Het lijkt bovendien een ideale klassieker voor alledag. Voor het geld dat een fatsoenlijke W123 moet kosten, rijd je echter ook een verse Toyota Aygo. Maar die heb je niet met een Ster op de neus. En zo’n auto nodigt nu eenmaal minder uit tot een eerbetoon. Donderdag – vrijdag Citroën DS
Mijn eerste ritje met de Citroën DS gaan linea recta richting garage: een van haar stadslichten is kapot. Het kan komen omdat ik de dag ervoor met Mercedes Dodie uit rijden ben geweest, maar ook de Citroën spreek ik als dame aan. Er bestaan meer overeenkomsten, want net als de W123 heeft ook de DS al eens op mijn automobiel verlanglijstje gestaan. Precies in de kleur zoals wij ‘m van Nostalgisch Rijden.nl in bruikleen hebben gekregen: zwart.
Dat is ook meteen de kleur die je handen zullen hebben, wanneer je een auto als deze bezit. Toen de Citroën DS in 1955 werd geïntroduceerd, was hij zijn tijd ver vooruit. Misschien wel een beetje té ver, met haar kwetsbare hydraulische systeem dat werd gebruikt voor de vering, besturing, remmen, zelfs het schakelmechanisme. Als eigenaar kom je er nog wel eens onder te liggen. Dat lot blijft mij gelukkig bespaard, maar dat wil niet zeggen dat mijn dag met de Citroën vlekkeloos verloopt. Het is een aandoenlijk gezicht; wanneer je op het parkeerterrein aankomt, ligt de DS als een trouwe hond op je te wachten, haar kont praktisch op de straatstenen. Dankzij het eerder aangehaalde hydraulische systeem komt de auto tijdens het starten vanzelf omhoog. Maar niet in het geval van de door ons geleende DS. Bij Nostalgisch Rijden.nl hadden ze al voor ‘t ongemak gewaarschuwd en een oplossing aangedragen. Maar die oplossing is tijdrovend en wanneer ik bij iedere start opnieuw aan de slag moet om de Française haar gat te laten liften, drukt dat behoorlijk de feestvreugde. Laat ik mijn hart spreken, dan neem ik een DS. Omdat het een tijdloze schoonheid is en de rijbeleving onovertroffen. Zelfs in de modernste luxewagen ervaar je niet het comfort van deze dik vijftig jaar oude dame. Maar doet ook mijn verstand zijn zegje, dan koop ik de Citroën alleen voor erbij. Vermoedelijk koop ik haar helemaal niet. Omdat er zoveel stuk kan gaan (en dat ook vaak doet). Natuurlijk zijn er uitzonderingen op de regel. Daar blijf ik dan graag naar kijken. |
|
|||||||||||||||
| COPYRIGHT ANWB 2010 Disclaimer | |||||||||||||||||