![]() |
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Weblog Auto & Verkeer
| ||||||||||||||||||||||||||||
|
Schuif eens in
Een ijzingwekkend schouwspel in mijn achteruitkijkspiegel afgelopen vrijdagochtend. Ik was op een haar na het Prins Clausplein over, toen de touringcar die ik juist had gepasseerd een baan opschoof en daarmee een personenauto van de weg drukte.
Wat was er aan de hand? Ik kwam uit de richting Rotterdam en was onderweg naar het ANWB hoofdkantoor in Den Haag. Op die route rijd je via de A13 en de A4 richting de A12. Om op de A12 te komen, neem je de hoogste boog van het imposante Prins Claus verkeersplein. En daar gebeurde het. Op het moment dat ik de touringcar in kwestie inhaalde, gaf de buschauffeur richting aan naar links. Ik was hem bijna voorbij, maar gaf gas bij om zijn inhaalmanoeuvre te vergemakkelijken. Vooruit, dat deed ik ook een beetje uit lijfsbehoud. Bij zulke grote voertuigen ben ik wel eens bang dat ze mij over het hoofd zien. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik een stationwagen, die tot op dat moment achter de touringcar had gereden, plotseling versnellen. Hoewel de buschauffeur had aangegeven een baan op te willen schuiven en dat nu ieder moment kon doen, besloot de bestuurder van de familieauto tóch nog even in te halen. Hij kwam net langszij, toen de touringcar daadwerkelijk naar links kwam. De automobilist gaf een wilde ruk aan zijn stuur, stuiterde door de middenberm en kwam midden op de A12 terecht. Het achteropkomend verkeer kon de stationwagen maar nét ontwijken. Kreeg de buschauffeur een waas voor zijn ogen of had hij de stationwagen eenvoudigweg niet gezien? Het liet mij de verdere weg naar kantoor niet los. Ik begon er zelfs over bij de koffieautomaat, waar ik een paar collega’s van ANWB Autoadvies trof. Ook zij konden geen uitsluitsel geven. Maar over één ding waren we het roerend eens: de bestuurder van die stationwagen had zichzelf en zijn mede-weggebruikers nooit in een dergelijke situatie mogen brengen. Hij moest maar eens verplicht een maandje met de bus. Frank Buma Winnie de... Poeh!
Afgelopen weekend trof ik een vriendin van vroeger. Een creatief type; ze is bijna klaar met de Belgische Kleinkunstacademie. Ze is ook een beetje ver-Belgisch-t: ik betrapte haar herhaaldelijk op het gebruik van ’t woord ‘allez’, en toen ze het over haar appartement had, noemde ze dat haar ‘kot’. Wat niet veranderd bleek, is haar auto. De vorige keer dat ik haar zag, inmiddels jaren terug, reed ze in een Fiat Cinquecento, vol gehangen met Winnie de Pooh-spullen. En in die auto rijdt ze nog steeds. Maar zo vanzelfsprekend als dat misschien lijkt, is het niet. Eind vorig jaar werd haar Fiatje in Antwerpen gestolen. Het ding verdween spoorloos. Tot de Belgische politie enkele weken geleden contact met haar opnam: haar auto was gelokaliseerd. In Polen. Als mijn vriendin van vroeger zorg wilde dragen voor de vervoerskosten, kon –ie op transport worden gesteld. Dank je de koekkoek, dacht de vriendin. Wie weet hoe mijn auto is toegetakeld! Maar toen de Belgische politie een dag later opnieuw aan de telefoon hing, bleek het lot haar een handje te hebben geholpen. De Fiat was inmiddels opgedoken... in Leiden! Dat was de reis vanuit België wel waard. Bij de hereniging met haar auto kon zij haar ogen niet geloven. Op het ontbreken van de tankdop na – die werkt bij de Cinquecento met een slot, dat de dieven hebben moeten forceren om helemaal naar Polen te kunnen komen – stond haar Fiat er nog precies zo bij als ze ‘m een jaar eerder in Antwerpen had achtergelaten. In de auto ontbraken twee Winnie de Pooh-zonnegordijntjes. Maar de onverlaten hadden er wel iets voor in de plaats achtergelaten: een dvd met stevige homo-erotiek. De samenhang tussen de zonnegordijntjes en de dvd was mijn vriendin ook niet helemaal duidelijk. “Maar de acteurs waren wel beren van kerels”, zei ze. Frank Buma Meppen voor gebruik
Niet alles werkt als fietsen; sommige zaken verleer je wel degelijk. Sinds ik geen klassieke auto meer bezit – door tijdsgebrek stond mijn okergele Kever alleen nog maar te verkommeren – beschik ik niet langer over het voor een dergelijk voertuig benodigde engelengeduld, zo merkte ik afgelopen weekend.
Op zaterdag bracht Kampioen hoofdredacteur Ed Lodewijks samen met zeven door Jantje Beton aangedragen kinderen een exclusief bezoek aan de Efteling. Het park is officieel nog niet geopend, maar maakte speciaal voor ons een uitzondering. Van die bijzondere dag heeft ondergetekende video-opnames gemaakt, die je binnenkort bij ons kunt terugkijken. Omdat Ed de kinderen eerst moest ophalen bij hun school en ik een simpel huurbusje niet geschikt vond voor zo’n feestelijk uitstapje, regelde ik bij Volkswagen-importeur Pon in Leusden een van de klassieke busjes die daar worden gekoesterd. Vrijdag einde middag haalde ik ’t apparaat op, in de stromende regen. Starten en lopen, dat was ’t probleem niet. De ruitenwissers deden het goddank ook. Maar de dashboardverlichting weigerde alle dienst, zodat ik toen de schemering eenmaal inviel moest gokken wat mijn precieze snelheid was. Onder het spaarzame licht van de straatlantaarns die ik passeerde, ontwaarde ik nog wel dat er getankt moest worden. Maar eenmaal aan de pomp kreeg ik met geen van de drie meegeleverde sleuteltjes de tankdop weer op zijn plaats. Gelukkig zaten er op dat moment nog geen kinderen van Jantje Beton in de bus. Ik was een slecht voorbeeld voor ze geweest. Rillend van de kou kwam ik thuis – de kieren in het plaatwerk deden alle moeite die de verwarming deed om ’t busje te verwarmen, teniet – maar omdat mijn eigen auto bij de Volkswagen-importeur was achtergebleven, moesten mijn vriendin en ik ook nog onze wekelijkse boodschappen met de oldtimer doen. Aan de nauwelijks af te lezen snelheidsmeter was ik inmiddels gewend geraakt. Maar met twee volle boodschappentassen in onze handen, wachtte een nieuwe verrassing: de kolossale schuifdeur van de oude Volkswagen wilde niet open. Het slot van de deur gaf maar een milimetertje toe en hoe we ook aan de handgreep trokken, hingen of rukten, de deur wilde van geen wijken weten. Uiteindelijk is mijn vriendin over de voorbank naar achteren geklommen om aan de handgreep aan de binnenzijde mee te trekken. Uit frustratie gaf ze een klap op het slot. En toen ging de schuifdeur open. Nog hoor ik het hoongelach van de ouders in mijn oren, toen Ed en ik zaterdagochtend probeerden hun kroost in onze antieke bus te krijgen. Na een aantal eigenwijze, maar vruchteloze pogingen, moest de deur opnieuw met een stevige klap op het slot worden geopend. Met de kinderen eenmaal aan boord, was de klemmende deur natuurlijk wel een veilig idee. En op de plaats van bestemming hielpen ze maar al te graag met openen. Dinsdag gaat de Volkswagen-bus terug. Maar er komen vier andere klassieke auto’s voor in de plaats, waarover we aankomende zomer een verhaal zullen publiceren. Ik ben gewaarschuwd. En toch. Als zo’n oud beestje dan in het voorjaarszonnetje staat te glimmen voor mijn deur, smelt ik weer. Ja, ze hebben zo hun nukken. Maar die staan in geen verhouding tot het geboden (rij)plezier. Zie je wel, mijn engelengeduld keert al weer langzaam terug! Frank Buma Goed wakker
Hoogmoed komt voor de val. Heb ik in Kampioen 2 net iedereen in woord en beeld de les gelezen over hoe je tijdens het slepen vooral je voeten plat op de grond moet zetten omdat je anders wel eens het verkeerde pedaal in zou kunnen trappen, zet ik zélf mijn voeten fout neer.
Gelukkig raakte er niemand gewond en bleef ook het materiaal gespaard. En het mag als een verzachtende omstandigheid gelden dat ik mijn blunder niet beging tijdens een ‘sleepsituatie’. Maar wat was er dan wél aan de hand? Als mobiliteitsredacteur rijd ik met regelmaat in allerhande auto’s. Groot, klein, automaat of handgeschakeld. Mijn privé-auto is een handgeschakeld exemplaar. Maar de Toyota Prius waarmee ik onlangs voor mijn werk onderweg was, is dat niet. Het was woensdagochtend en ik reed op de cruise-control door de ochtendspits in de omgeving van de Schipholtunnel. Eenmaal de tunnel uit, begon het verkeer op te stropen. Tijd dus om de auto van de cruise-control te halen. In mijn eigen auto doe ik dat door kort mijn koppeling in te drukken. Zo schakel je de cruise-control uit, zonder dat je remlichten oplichten. Wel zo rustig voor de weggebruikers achter je, die zich dan niet hoeven af te vragen waarom jij plotsklaps op je rem trapt. En daar ook niet naar zullen handelen, door bijvoorbeeld zelf heel hard te remmen. Daar komen alleen maar (meer) files van. Remmen doe je in een automaat nóóit met je linkervoet, om redenen die mensen die het wel eens geprobeerd hebben, zonneklaar zijn. Zo iemand ben ik ook, maar deze keer zat ik even niet op te letten. En dus trapte ik midden op de A10 met mijn linkervoet op wat ik dacht dat de koppeling was. De Prius ging in de ankers als een paard voor een klif. Ik was in één klap weer wakker. Met grote ogen keek ik in m’n spiegel eerst naar het achteropkomend verkeer, en daarna naar mezelf. Het achteropkomend verkeer was nog altijd op veilige afstand, maar mijn ego had duidelijk een opduvel gekregen. Deze week valt Kampioen 3 op de deurmat. Ik zal ‘m zelf ook nog eens lezen. Om te zien wat ik binnenkort kan verwachten… Frank Buma Hoogspanning
Misschien ken je de situatie wel: je staat met zo’n beetje je voltallige afdeling in de lift en dan is er één grapjas die zich hardop afvraagt hoe het met ’t bedrijf verder moet wanneer jullie onverhoopt in de diepte zouden storten. Bij de Amerikaanse autofabrikant Tesla maken ze die grap sinds vorige week niet meer. Op woensdag 17 februari kwamen drie medewerkers van het bedrijf om het leven toen het tweemotorige vliegtuigje waarin ze onderweg waren, neerstortte boven de Amerikaanse westkust. Tesla is geen grote firma, dus de directeur overdreef niet toen hij de tragische gebeurtenis omschreef als een ‘fors verlies’. Waar de grote autobedrijven nog louter experimenteren met volledig elektrische modellen, heeft het kleine Tesla er al twee op de markt. Het zijn open sportwagens in de smaken ‘snel’ en ‘extra snel’. Ten tijden van de vorige AutoRAI mocht ik een dagje sturen met ’t instapmodel en dat heeft een onuitwisbare indruk op mij gemaakt. Stomtoevallig ontving ik in dezelfde week dat het noodlot bij Tesla toesloeg, een email van de marketingman die mij in 2009 de sleutels overhandigde. Dat ging toen niet van harte: hij had eigenlijk een klant willen bellen, maar per ongeluk mijn nummer gedraaid. Ik was al weken aan het proberen een proefrit te regelen en hapte meteen toe. De arme man had geen andere keus dan mij de auto mee te geven. Een klein jaar later blijkt er opnieuw sprake van persoonsverwarring. Want - zo schrijft de marketingman - als ik nog een Tesla wil kopen, moet ik snel zijn. Van de eerste 250 voor de Europese markt bedoelde exemplaren zijn er nog maar een handvol over. “Als u onmiddellijk wilt handelen, kunt u uw aanbetaling van € 9.900 euro overmaken onder vermelding van de volgende bankgegevens…” Nu zou die aanbetaling nog wel lukken, maar de resterende € 89.100 die zo’n Tesla moet kosten zijn het probleem. De Amerikanen hebben haast, dat was bij hun overrompelende debuut in 2006 al duidelijk. In plaats van tot in den treuren door te ontwikkelen, zoals de gevestigde autoindustrie dat doet, gebruikte Tesla voor hun elektrische auto’s gewoon de accu van een laptop. Maar dan héél veel exemplaren. Of die het over pak ‘m beet tien jaar nog doen? Wie weet. Je leeft nú, is bij Tesla het devies. Hoe waar dat is, bleek vorige week nog. Frank Buma Boem = ho
Het was een rare middag, vorig jaar maart op een landweggetje onder de rook van Utrecht. Wegenwacht Gijsbert Pronk en ondergetekende waren bezig twee auto’s effectief om zeep te helpen. We hadden met de ene auto net een braakliggend terrein omgeploegd en van de ander een bumper getrokken, toen cameraman Bas Timmermans ons opjutte tot een kop-staart botsing.
Jeugdige branie? Pure baldadigheid? Natuurlijk niet: wij gingen elkaar met oude auto’s te lijf in het kader van een instructiefilmpje. Gijsbert moet pechklanten die stilvallen langs de snelweg geregeld – letterlijk – op sleeptouw nemen. En het is zijn ervaring, dat veel automobilisten daar geen kaas van hebben gegeten. Uitleg geven langs de kant van de weg is tijdrovend maar bovenal gevaarlijk. Vandaar dat we een sleepinstructie hebben gemaakt. In onze internetvideo laten we je zien hoe je op de juiste wijze naar een veilige plaats wordt gesleept. Maar we laten ook zien wat er gebeurt wanneer je onze adviezen in de wind slaat. En zo kwamen Gijsbert en ik op dat verlaten landweggetje onder de rook van Utrecht terecht. We hadden twee sloopauto’s tot onze beschikking om de grootste sleepmissers mee te demonstreren. Met stip op één: in de gesleepte auto je voeten plat op de grond zetten. Maakt de auto voor je een noodstop, dan zou het zomaar kunnen dat jij je in het pedaal vergist en de koppeling intrapt in plaats van je rem! Om zo’n situatie levensecht te demonstreren, moest ik met een gangetje van 25 km/h – moedwillig – op de auto van Gijsbert inrijden. Dat is op zijn zachtst gezegd tegennatuurlijk rijgedrag. Om er zeker van te zijn dat ik niet alsnog zou remmen, had ik mijn beide voeten zo goed en zo kwaad als dat ging achter de bestuurdersstoel gehaakt. Ik zette me schrap en reed bij Gijsbert de bagageruimte in. Van tevoren maakte ik mij niet zo’n zorgen over de te rijden snelheid. Vijfentwintig kilometer per uur; hoeveel is dat nou? Achter het stuur voelt het in ieder geval alsof je zo’n vaartje ook lopend af kunt. Maar niets bleek minder waar: het gaf een rotklap. En omdat ik mij schrap had gezet, kreeg ik elke trilling mee. Gijsbert zag mij naderhand uit de auto strompelen en zei: “Misschien had ik even aan moeten geven dat jij je tijdens zo’n botsing zo slap mogelijk moet houden. Je kunt je beter niet schrap zetten!”. Hij is fijn. Maar echt verwijten kan ik het de man natuurlijk niet. Want in het dagelijks leven doet Gijsbert er juist alles aan om ongelukken te (helpen) voorkomen. Dit filmpje is daar maar weer een voorbeeld van. Kijk er eens naar, als je pak ‘m beet drieëneenhalve minuut over hebt. Leg ik ondertussen een warme kruik om mijn schouders. Frank Buma Franse slag
Mijn vader is altijd kwistig met verkeersadviezen, maar toen ik voor de eerste keer zelf met de auto naar Frankrijk ging, gaf hij me slechts één raad: voor je kijken. Afgelopen weekend werd mij tijdens een ritje ‘périferique’ weer eens duidelijk waarom.
In Nederland heb je in het verkeer van brave huisvaders weinig te duchten. Tenminste, zolang hun gezin achterin mee reist. Onbehouwen gedrag is op onze snelwegen vaak voorbehouden aan snelle zakenjongens of bestuurders vol (jeugdige) overmoed. Zo niet in Frankrijk. Op de terugweg van de tweede editie van de Kampioen Ecorace reed ik op de linkerbaan over de rondweg van Parijs, toen ik naast mij plotsklaps een turqoise gezinsauto ontwaarde. Hij viel niet te missen, want het apparaat vloog zo wat op de bumper van de auto die ik juist aan het inhalen was. De bestuurder van de gezinsauto loerde van onder zijn ijsmuts bij mij naar binnen en ik zou zweren dat hij een stuurbeweging maakte alsof hij mij van de weg wilde drukken. Zijn dochtertjes kwamen vanaf de achterbank net boven de raamstijl uit. Zulk gedrag bleef niet zonder gevolgen; van schrik liet ik mijn gas los, waardoor er een minieme opening ontstond tussen mijn auto en de wagen die ik probeerde te passeren. Daar had de IJsmuts op gewacht; hoewel de opening bij lange na niet genoeg ruimte bood voor zijn gebutste Citroën, gooide hij toch zijn stuur om. Ik moest vol op mijn rem om de fraaie voorpartij van onze testauto te behouden. “Wanneer je onderweg bent in Frankrijk, hoef je alleen maar vóór je te kijken. De Fransen houden wel in de gaten wat er áchter je gebeurt”, gaf mijn vader me ooit mee. Hoewel bijzonder verontrustend, is het ergens toch ook fijn dat er sinds ik voor de eerste keer met bonzend hart de ‘périferique’ op reed, nauwelijks iets is veranderd. Het is een van de zekerheden van het leven: de zon gaat altijd op en Fransen rijden met het mes tussen de tanden. Wat je noemt een Franse slag. Frank Buma Autopraat
Zeg eens eerlijk: praat jij wel eens tegen je auto? Een vriendelijk woord na een lange rit, een bemoedigend klopje op de flank? Grote kans dat je een vrouw bent. Opel liet tussen december 2009 en januari 2010 een kleine duizend Nederlanders interviewen over hun auto. Vrouwen blijken een emotionele band met hun wagen te hebben. Twaalf procent van de ondervraagde dames praat er ook mee, tegen zes procent van de mannen.
Mannen praten liever óver auto’s, zoals het afgelopen weekend nog eens werd gedemonstreerd in de Amsterdamse RAI. Daar streek het circus neer van Top Gear Live, volgens presentatoren Jeremy Clarkson en Richard Hammond ‘een soort Cirque du Soleil, maar dan vol auto’s en ontploffingen’. Een redelijk accurate omschrijving. Toch kwam het grootste spektakel van de mannen zélf. Top Gear, ooit begonnen als een degelijk consumentenprogramma, is in de loop der jaren getransformeerd tot een bombastische spektakelshow, waarin auto’s een even grote rol spelen als de ongein die ermee wordt uitgehaald. De auto’s die worden getest, zijn veelal sportwagens. En die tests vinden niet plaats op de openbare weg, maar op de startbaan van een vliegveld. Geen wonder dat een op dat televisieformat gebaseerde theatervoorstelling volle zalen trekt. Vaste elementen als de ‘Cool Wall’, waarin het publiek van de televisieuitzending mag bepalen of een auto ‘cool’ is of niet, zijn succesvol vertaald naar het theater. Ditmaal worden er geen afbeeldingen getoond, maar komt de daadwerkelijke auto het toneel opgereden. Door een A4’tje omhoog te houden met een groene en een rode zijde, kunnen de presentatoren gemakkelijk zien hoe een auto scoort. Misschien nog wel het leukste element van de theatershow is de race die in het televisieprogramma altijd door bekendheden uit de sport-, film- en muziekwereld wordt verreden. In de RAI mocht het publiek achter het stuur plaatsnemen. Door te joelen, schreeuwen en klappen komt de auto vooruit. Gestuurd wordt er met dezelfde formulieren die ook voor de ‘Cool Wall’ worden gebruikt: de groene kant is een bocht naar links, de rode naar rechts. Ingenieus en ontzettend vermakelijk. Presentatoren Clarkson en Hammond praten dit allemaal op hun volstrekt eigen wijze aan elkaar, afgewisseld door stuntteams die van alles met auto’s en motoren uit halen. De muziek staat daarbij echter zo verschrikkelijk hard, dat je geen moment daadwerkelijk de motoren hoort loeien. En een podium, hoe groot ook, kan nu eenmaal nooit concurreren met de startbaan van een vliegveld. De uitgevoerde autostunts zien er door de beperkte ruimte dan ook een beetje knullig uit. De aanwezigheid van de presentatoren zélf is daarom het leukst. Niet omdat ze capriolen uithalen, maar omdat ze over auto’s praten. En nee dames, die auto’s praten niet terug. Frank Buma Onzuinig
Twaalfduizend euro. Wat je daar allemaal niet van kunt kopen! Een knappe keuken bijvoorbeeld. Of een dakkapel. Een reis rond de wereld. Truffels voor de rest van je leven. Een héle grote LCD-televisie. Het levensgeluk van een Vlaamse bijstandsmoeder. Fatsoenlijke sieraden voor je vrouw (én je vriendin). Of een alleraardigst (tweedehands) sloepje.
Een auto zeg je? Tenzij je op zoek bent naar een dik aangeklede stadsauto, is er voor twaalf mille op vier wielen weinig te halen. Wel een hoop te verliezen overigens. Tot nog toe heb ik in mijn leven vier gloednieuwe auto’s gekocht. En met alleen het tekenen van de koopcontracten al twaalfduizend euro verloren. Tot die ontluisterende conclusie kwam ik nadat ik door een oud-collega werd gewezen op de website Your Virtual Garage. Die site stelt je in staat om je eigen autogeschiedenis te documenteren, en daarnaast een droomgarage samen te stellen van de drie modellen die je ooit in je leven hoopt te bezitten. Enthousiast ging ik aan de slag. Bij het zoeken naar foto’s kwamen er vele herinneringen boven. Twee weken Frankrijk in een Lelijke Eend waar niemand een stuiver voor gaf. Een ongelukkige parkeermanoeuvre met mijn eerste écht nieuwe auto, waardoor ik twee dagen na aflevering al een ontsierende kras op de spiegelkap had. Of de ‘hot hatch’ die ik in een vlaag van – aangename – verstandsverbijstering kocht, maar waar binnen anderhalf jaar de lol helaas vanaf was. Na een paar uurtjes pielen bekeek ik het resultaat. Mijn complete autohistorie op een rijtje: ik werd er warm van. Van andere gebruikers, die over je schouder mee kunnen kijken, ontving ik direct complimentjes. Maar ook tips, omdat ik bij mijn huidige auto had geschreven dat –ie mij toch niet zo bevalt. Toen ik spinnend van genoegen nogmaals al mijn auto’s de revue liet passeren, viel mijn oog plotsklaps op de aan- en verkoopprijs. Of liever gezegd: het (vaak flinke) verschil daartussen. Om de ene te kunnen kopen, moest ik eerst van de ander af. Daar wist de autoverkoper in kwestie dan wel een mouw aan te passen. Maar wel eentje die voor mij financieel vaak buitengewoon ongunstig uitpakte. Ik blijf dus nog maar even doorrijden met mijn huidige auto, hoewel –ie lang niet zo zuinig is als ik van tevoren vermoedde. Maar ‘m omruilen voor een ander is pas écht onzuinig. Frank Buma Anti-vries
De laatste tijd hoort het ijsvrij krabben van je autoruiten net zo goed bij de dagelijkse routine als je ontbijt nuttigen. Van beide zaken is het niet verstandig ze over te slaan. Iedere ochtend sta ik dus opnieuw onhandig over mijn voorruit gebogen, waarbij ik steevast aan de verkeerde kant van de auto begin. Namelijk aan de bestuurderskant. Vervolgens loop ik naar de bijrijderszijde en begin daar te krabben, wat tot gevolg heeft dat alle ijsresten alsnog het zicht belemmeren wanneer ik uiteindelijk achter het stuur plaats neem.
Het is een van de spaarzame tips die niét te zien is in het instructiefilmpje dat ik afgelopen week met Wegenwacht Gijsbert Pronk heb gemaakt. De Wegenwacht wordt deze vorstperiode overstelpt met telefoontjes van automobilisten over vastgevroren sloten, deurrubbers en andere winterse ongemakken. Gijsbert en zijn collega’s komen je graag helpen, maar wellicht kun je dat zelf ook wel. Tot groot vermaak van Gijsberts buren – we namen het filmpje bij hem voor de deur op, met het oude autootje van zijn zoon als instructiemateriaal – stipten we de meest voorkomende vorstproblemen aan en boden voor elk daarvan een oplossing. Wist je bijvoorbeeld dat je een vastgevroren slot open kunt krijgen door het eerst een tijdje te verwarmen... met je achterste? Erg verhelderend. Nou nog zien dat ik onthoud aan welke kant van de auto ik het beste kan beginnen met de ruiten ijsvrij maken. Frank Buma Bekijk het filmpje
Gelukkig Nieuwjaar! Niet alleen van ondergetekende, maar ook namens de Nederlandse overheid. Ben jij in de gelegenheid een kakelverse auto aan te schaffen, dan stopt Den Haag je namelijk een extraatje toe. Wanneer je kiest voor een exemplaar dat door de hoge heren als ‘zeer zuinig’ wordt aangemerkt tenminste. Want voor auto’s die minder CO2 uitstoten dan 110- (benzine) of 95 gram per kilometer (diesel) hoeft met ingang van dit jaar geen wegenbelasting meer te worden betaald.
Heb je al zo’n auto, dan geldt dit belastingvoordeel ook voor jou. Voor wie zich nog aan het oriënteren is, brengen we in Kampioen 1 een zestal interessante mogelijkheden voor het voetlicht: van de Nissan Pixo tot de Toyota Prius. In totaal zijn er op dit moment dertien modellen te koop die voor de nieuwe maatregel in aanmerking komen. De meeste daarvan zijn uitsluitend leverbaar met een groen geweten. Behalve de Fiat 500. Het kwijtschelden van de wegenbelasting is met betrekking tot de aaibare Italiaanse stadsauto alleen van toepassing voor de versie met de lichtste motorisering en een halfautomatische versnellingsbak die de nodige gewenning vraagt. Geen van de andere uitvoeringen haalt de door Den Haag gestelde eis van maximaal 110- of 95 gram schadelijke uitstoot. De Fiat 500 kun je kopen met twee benzine-motoren, een dieselkrachtbron of als monster. In dat laatste geval heet –ie Abarth, naar de roemruchte specialist die in de jaren ’60 en ’70 menig Fiat opvoerde. In die hoedanigheid heeft de 500 niet alleen een sloot extra vermogen aan boord, maar is het ook grotendeels gedaan met zijn knuffelbare uiterlijk. De CO2-uitstoot van de ‘standaard’ Abarth 500 bedraagt 155 gram per kilometer, goed voor energielabel ‘D’. Bij het retourneren van de wegenbelastingvrije uitvoering van de 500 kreeg ik echter de kans om uit rijden te gaan met de Abarth 500 esseesse, een opgevoerde versie van het toch al opgevoerde origineel. Daarvan zijn de precieze uitstootcijfers niet bekend en da’s misschien maar goed ook. Het is dat mijn vriendin in huize Buma over de financiën gaat, anders had ik er na nog geen twee bochten een besteld. De Abarth 500 is een geweldig scheurijzer(tje) met een verslavend uitlaatgeluid. De resolute ‘Neen’ van mijn vriendin vervulde mij dan wel met droefenis, maar het verdrietigst werd ik nog van het besef dat dit soort pretwagens binnen afzienbare tijd slechts tot de ‘happy few’ zullen behoren. Het stimuleren van de aanschaf van schone en zuinige auto’s is bittere noodzaak. De keerzijde van de medaille is echter dat automobilisten met een liefhebbershart in de nabije toekomst ook over diepe zakken dienen te beschikken. Met de naderende kilometerheffing in het achterhoofd is het financieel onverstandig om voor een auto als de Abarth 500 te vallen. Maar er is hoop. Deze maand nog introduceert Fiat een open versie van de 500 op de Nederlandse markt, die ook met de lichtste motorisering – en dus wegenbelastingvrij – verkrijgbaar zal zijn. Misschien houdt mijn vriendin wel van cabrio’s. Frank Buma Jaaropgaaf
Ik weet niet hoe ’t met jou zit, maar ik ben gek op jaaroverzichten. Of het nu avondvullende journaals zijn of lijstjes met de beste films, cd’s en wat al niet meer; ik smul ervan als van het kerstdiner. Te midden van andermans bevindingen zou je echter bijna vergeten dat je zelf ook het nodige hebt meegemaakt in 2009. Het is helemaal geen gek idee om een persoonlijk overzichtje te maken van het afgelopen jaar. Ik heb de agenda er in ieder geval eens bij gepakt.
Zo was ik helemaal vergeten dat ik aan het begin van dit jaar herhaaldelijk koukleumend op en neer reed naar Zoetermeer voor onze in Kampioen 6 gepubliceerde scootertest. ’s Ochtends stak ik mij daarvoor in meerdere lagen kleding en nog kwam ik bevroren thuis. Minstens even koud had ik het op vliegveld Valkenburg, waar ik de opnames bijwoonde van een van de reclamespots van Toyota, waarin de Britse autojournaliste Vicky Butler-Henderson de hoofdrol speelde. Het snot bevroor bij de crew op het gezicht. En het meest spectaculaire filmmateriaal, waarover ik contractueel nog altijd geen uitlatingen mag doen, is niet eens op televisie uitgezonden! Er was de Gebruikte Auto-special uit Kampioen 7/8, waarin we niet alleen keken of tweedehands auto’s wel fatsoenlijk worden afgeleverd, maar ook een aantal redacteuren op pad stuurden om voor een budget van 10 mille een leuke wagen uit te kiezen. Hoofdredacteur Lodewijks kwam met een oude Porsche aan zetten, waarmee ik eind april naar de fotostudio reed. Eenmaal ter plaatse zette ik de motor af en haalde de sleutel uit het contact…zonder enig resultaat. De motor bleef draaien, ook al stond ik met de sleutel in mijn hand náást de auto. De Porsche bleek, wellicht ten overvloede, niet de beste koop. Verder bladerend kom ik de draaidag van onze sleepinstructiefilm tegen, waarin Wegenwacht Gijsbert Pronk en ondergetekende met behulp van twee sloopauto’s demonstreren wat er allemaal mis kan gaan bij het geven van wat in vakjargon een ‘sleepje’ heet. Die – letterlijk – knallende video zie je binnenkort op deze site. Ook in mijn agenda: het snikhete weekje Italië, waarin ik meereed met de daar in de zomermaanden gestationeerde Wegenwacht. Dat verhaal, inclusief internetvideo, verschijnt volgend jaar zomer in de Kampioen. En als klap op de vuurpijl zijn daar de zes dagen Tokio, een door autofabrikant Honda georganiseerde trip waarvan ik nog steeds het geschoten filmmateriaal niet heb gemonteerd. Houden jullie ook van mij tegoed in 2010. Wanneer ik mijn eigen jaaroverzicht zo overzie, is het eerder een vooruit- dan een terugblik. Tsja, zo gaat dat bij een maandblad als de Kampioen, waarvan het drukproces vanwege de fikse oplage zoveel tijd vraagt, dat we op de redactie minimaal twee maanden vooruit werken. Maar dat scheelt: hoef ik in ieder geval geen goede voornemens te maken. Alle goeds voor het nieuwe jaar, Frank Buma IJsvrij
Zul je altijd zien: ben je een van de onfortuinlijke zielen die moet werken rond de Kerst, staat er alsnog file. En niet eentje, maar liefst honderdvierentwintig stuks. In iedere windrichting. Waarom? Omdat het sneeuwt. Nee, hééft gesneeuwd. Toegegeven: het parkje aan de voet van mijn appartementengebouw ziet er prachtig uit. Maar het voelt toch een beetje alsof ik gevangen zit in een kerstkaart.
Nauwlettend houd ik ieder half uur de radiobulletins in de gaten. Het opmerkelijkst vind ik nog dat er wordt geadviseerd niet met het openbaar vervoer te reizen. Dat was zondag ook al zo, toen Nederland voor het eerst door de sneeuwval werd verrast. Het leverde een interessante pat-stelling op. Terwijl Rijkswaterstaat iedereen aanraadde vooral thuis te blijven, zette ProRail een streep door het spoorboekje. Moest je toch echt de deur uit, dan bleef de auto als enige optie over. Ik moest gisteren echt de deur uit. Mijn vriendin had zaterdag vlak voor sluitingstijd een jurkje gekocht voor tijdens de Kerst, maar ’t ding stond haar als positiekleding. Daar was ze zelf ook niet echt blij mee. Wij dus op zondag terug naar de stad. En dat moet ik Rijkswaterstaat nageven: het viel inderdaad niet mee. Hoewel dat niet zo zeer door de situatie op de weg kwam. Het vervelendst was nog ’t enorme pak sneeuw van de auto te krijgen, dat er - zodra je een raampje vrij had - meteen weer op lag. Een blik uit het raam leert dat ik vandaag voor dezelfde uitdaging zal komen te staan. Maar ditmaal zonder de hulp van mijn vriendin en haar waterdichte ski-handschoenen. Zij begint vandaag om 13.00 uur met werken en draait zich nog eens lekker om. Dat worden dus niet alleen doorweekte broekspijpen, maar ook zeiknatte mouwen. Mocht jouw vakantie vandaag al beginnen, dan niettemin een fijne Kerst. Nee echt, ik meen het! En ik beloof naar je te zwaaien, wanneer je straks in de file achter mij aansluit onderweg naar winkelparadijs of meubelboulevard. Frank Buma Delta-werking
Hij valt bij jou pas in februari op de mat, maar op de Kampioen-redactie zijn wij al druk bezig met het tweede nummer voor 2010. Als redacteur mobiliteit serveer ik je tegen die tijd een vergelijkende test rond de hagelnieuwe Opel Astra. Een geweldige auto, maar staat hij ook zijn mannetje tegenover vijf directe concurrenten?
Ik verklap nog niks. Maar ik wil wel vast iets kwijt over de Lancia Delta, een van die concurrenten. Lancia is het luxe zusje van automerk Fiat, wat er in het geval van de Delta op neer komt dat je eigenlijk in een verkapte Fiat Bravo rijdt. Dat is al geen lelijke auto, maar de Lancia spant hem naar de kroon. Met een Delta ga je niet onopgemerkt voorbij. En dat hebben we geweten. Collega Erik Jan de Jong van de afdeling ANWB Autoadvies stond vorige week in de stromende regen met de Lancia voor het verkeerslicht, toen een Citroën-rijder achter hem de alarmlichten aanzette en uit de auto stapte. De bestuurder beende op Erik Jan af, die er zich op dat moment pijnlijk van bewust werd dat hij voor het eerst met de Delta onderweg was. Hij wilde de deuren wel op slot doen, maar kon zo gauw de knop van de centrale portiervergrendeling niet vinden. Gelukkig bleek dat ook nergens voor nodig. Aan zijn raampje meldde zich een vriendelijke oude dame, die Erik Jan alleen even wilde complimenteren met zijn ‘práchtige auto’. Erik Jan, de vriendelijkheid zelve, wilde de vrouw er op attenderen dat het verkeerslicht ieder moment op groen kon springen. Maar hij kreeg er simpelweg geen speld tussen. Toen het licht inderdaad groen werd, is hij na een beleefd ‘Tot ziens!’ maar verder gereden. De vrouw bleef in de regen achter, met een rij automobilisten achter haar die zich ongetwijfeld een stuk minder complimenteus voelden. Zelf was ik afgelopen vrijdag met de Delta in het zuiden van het land, waar op een gegeven moment de maag begon te knorren. Ik hield halt bij een hamburgerrestaurant en trof tot mijn stomme verbazing precies een zelfde Lancia op het parkeerterrein aan. Zelfde wielen, zelfde kleur: op de nummerplaten na, waren de wagens identiek. Op de bijrijdersstoel zat Zwarte Piet op Sinterklaas te wachten, die binnen een portie franse frietjes onder zijn baard stak. Ik kon het niet laten onze testauto er naast te zetten. De Piet gaf geen krimp. Maar toen ik na een klein half uurtje terugkwam, zat er een papiertje onder de ruitenwisser met daarop de tekst: ‘Die van ons is mooier ;)’. Niet iedere auto is in de stromende regen goed voor een compliment. Zoals ook niet iedere wagen geschikt is om Sinterklaas te vervoeren. De Lancia Delta lukt het. Onze leden, die met ingang van volgend jaar aan onze autotests zullen meewerken, ontdekten nog meer bijzonderheden aan de auto. Sommige positief, sommige negatief. Over de anekdote-waarde van de auto lieten zij zich echter niet uit. Dat doe ik dus nu. Maar voor de rest van de vergelijkende test zul je toch écht tot februari moeten wachten. Frank Buma Wegens verbouwing gesloten
Eigenlijk had ik dit weblog willen wijden aan ‘Oostblik’; auto’s van achter het IJzeren Gordijn, die in Oost-Europa nog altijd trouw hun kilometers maken. Onlangs was ik met mijn lief een aantal dagen in Praag en daar keek ik mijn ogen uit. Skoda’s, Lada’s, Trabantjes en zelfs een incidentele Wolga: je struikelt er niet over, maar ze zijn op menig straathoek nog te bewonderen. Niet iedere liefhebber zal het met mij eens zijn, maar ik heb een zwak voor zulke auto’s.
Ik was al begonnen met het aanleggen van een kleine fotocollectie, toen zich plotsklaps een heel ander onderwerp voor dit weblog aandiende. De meeste mensen gaan natuurlijk niet naar Praag om oude auto’s te bekijken. Zij willen de vele toeristische trekpleisters zien. De Praagse Burcht bijvoorbeeld, of het Astronomisch Uurwerk. Maar ook het Strahov klooster, waarvan de bibliotheek zo’n 200.000 boeken herbergt. Het nationaal centrum van de Tsjechische literatuur. Dat moet een monumentaal gezicht zijn. En dus kochten mijn vriendin en ik een kaartje. Een museum bezichtigen is in Praag niet duur. Omgerekend ben je zo’n drie, vier euro per persoon kwijt. Zo’n toegangsprijs had ik graag over voor de bibliotheek, die mij met zijn gouden versierselen reeds vanaf de pagina’s van de ANWB reisgids tegemoet schitterde. Wat had ik mij op de werkelijke aanblik ervan verheugd. Maar die nieuwsgierigheid sloeg om in gierende ergernis, toen ik binnen werd geconfronteerd met een ware bouwval. Was de bibliotheek in werkelijkheid zo lelijk dan? Niets daarvan. De ruimte werd op het moment van ons bezoek – letterlijk – verbouwd! Achter het landbouwplastic, bedoeld om het meer dan 800 jaar oude hout te beschermen, ontwaarden we nog net een handvol boeken. Ik wilde er al mee gaan gooien, toen mijn vriendin me fijntjes wees op een kleinere bibliotheek, verderop in de gang. Die was prachtig hoor, daar niet van. Maar ik kwam voor het grote werk, de literaire kathedraal van de afbeeldingen uit de reisgids. Wanneer er dan niet eens een bordje vanaf kan bij de ingang, waarop staat dat de bibliotheek wordt verbouwd, heb je aan mij een slechte. Ik liet het museum voor wat het was en stampte naar de kassiëre. Waar mijn oog nog net op tijd viel op een piepklein bordje pal naast haar hoofd, waarop inderdaad stond dat er werd verbouwd. Maar toch. Het lijkt mij een kleine moeite voor het Tsjechisch toerismebureau om op hun website melding te maken van dit soort zaken. Wil jij bijvoorbeeld binnenkort ook naar Praag en lijkt het Nationaal Technisch Museum je wel wat? Bespaar je dan de lange wandeling vanaf metrostation Vltavská: dat museum is tot eind 2010 gesloten. Hoewel ik mij terdege besef dat ik met dit verhaal een beetje op de stoel van Inge ga zitten, onze toeristische redactrice die altijd op dinsdag haar weblog schrijft. Misschien kan zij het dan morgen over Trabantjes hebben? Frank Buma Nieuwe oogst
Ook de autoindustrie kent A-merken en huismerken. Honda bijvoorbeeld riep in 1986 Acura in het leven. De Japanners wilden auto’s gaan maken die konden wedijveren met de producten van BMW en Mercedes. De bijbehorende klantenkring komt echter niet naar de showroom, wanneer daar ook een Civic staat te blinken. Dus startte Honda een luxe-divisie. Onder een andere naam.
Concurrentie liet niet lang op zich wachten, met als bekendste voorbeeld Lexus: het luxemerk van Toyota. In tegenstelling tot Acura, wordt Lexus wél in Europa verkocht. En met succes. Reden voor nog zo’n Japans luxemerk om de grote oversteek te wagen: Infiniti, het chique zusje van Nissan. Met die oversteek is iets vreemds aan de hand. In de eerste plaats bestaat Infiniti al sinds 1989. We kunnen dus spreken van enige koud watervrees. Maar nog veel opvallender is het feit dat de auto’s niet worden geïmporteerd door Nissan Nederland, maar door Greenib Car. De importeur van Hyundai. De Hyundai PR-man, die ik onlangs trof vanwege mijn deelname aan een door dat merk uitgeschreven zuinigheidsrace, behartigt ook de belangen van Infiniti. Op een gegeven moment kwamen de luxepaarden ter sprake. Of ik er wel eens met eentje had gereden? Nou, nee. De reactie liet zich raden: dat moest ik dan echt eens doen. Vooruit, zei ik. Doe mij dan maar een paar dagen de kleinste. Met een lengte van dik viereneenhalve meter is de kleinste Infiniti geen auto die je gemakkelijk over het hoofd ziet. Toch kun je er geen boodschappen mee doen (zie foto). De lijnvoering van de G37 Coupé is echter dusdanig oogstrelend, dat je hem dergelijke tekortkomingen gauw vergeeft. En anders doe je dat wel zodra je de motor hebt gestart. De krachtige V6 onder de motorkap bezorgt je blosjes op de wangen bij een inhaalmanoeuvre. Maar hij rijdt net zo soepel 50 km/h in de zesde versnelling. Het is een Japanse auto, dus hij wemelt van de technische vondsten. Misschien wel een paar teveel. Ik heb uiteindelijk met twee exemplaren gereden, omdat bij de eerste coupé de adaptieve cruise control niet functioneerde. Dat is een vorm van cruise control die anticipeert op het verkeer om je heen. Bij de tweede G37 deed dat systeem het wel. Voorbeeldig zelfs; in fileverkeer ging de auto van 80- naar 5 km/h en weer terug zonder dat ik mijn rem hoefde aan te raken. Alleen brandde dit keer continu een waarschuwingslampje voor het voetgangersveiligheidsysteem van de motorkap. Infiniti’s zijn niet goedkoop. Prijzen beginnen bij zo’n 55 mille. Dan is het geen pretje om uitgerekend tijdens een economische crisis voet aan wal te zetten in ons nuchtere kikkerland. De Japanners geven zichzelf echter een paar jaar de tijd. Volgens de verkopers, die bij Infiniti ‘ambassadeurs’ worden genoemd, is er het afgelopen jaar voornamelijk aan het creëren van een imago gewerkt. Nu is de tijd om orders te schrijven. Daar zit wat in. Kiezen we zo rond de feestdagen immers niet allemaal voor A-merken? Frank Buma Voorbijgeflitst
2 november 2009 - Hét gespreksonderwerp deze morgen bij de koffieautomaat stond gisteren al vast: misdaadverslaggever Peter R. de Vries begon zondagavond aan een nieuw seizoen van zijn televisieprogramma met een aflevering over de KLPD.
Voor de mensen onder die welbekende steen: De Vries liet twee maanden lang flitsteams van de KLPD schaduwen, om te zien of de wetsdienaren zich zelf aan de verkeersregels hielden. Mijn vriendin en ik hadden gisteravond eigenlijk visite, maar die hebben we verplicht laten meekijken. We zaten er helemaal klaar voor, compleet met de nodige proviand. Maar het heerlijk televisieavondje waarop we ons zo hadden verheugd, bleef helaas uit. In de anderhalf uur durende uitzending bracht de misdaadverslaggever slechts een drietal excessen in beeld. Eentje daarvan werd niet eens begaan door medewerkers van de KLPD, maar door de voorzitter van Veilig Verkeer Nederland. Het twee maanden lang achter flitsteams aan rijden, bleek hoofdzakelijk verkeersovertredingen op te leveren die u en ik dagelijks begaan. Het overschrijden van de maximum snelheid met 10 kilometer zou ik geen doodszonde willen noemen. Maar zo klonk het wel, met dank aan de gedragen voice-over van nieuwslezer Arend Langenberg. Niet alleen bij de koffieautomaat, maar ook aan de lunch- en borreltafel zal het de komende dagen wel gaan over de te nemen maatregelen tegen het politiepersoneel dat in de fout ging. Ik zeg: stelselmatig beboeten, zoals dat ook zou gaan wanneer u een dezer dagen dezelfde fratsen uithaalt. Maar niet alleen voor de grote overtredingen. Juist ook voor de kleine. De gewraakte ‘6 kilometer te hard’-afschriften. Zo dacht ik er gisteravond over. En vanochtend al helemaal. Want nadat ik koffie had gehaald, lagen er twee van zulke boetes op mijn bureau op me te wachten. Frank Buma Onder de grond
26 oktober 2009 - Vorige week publiceerde de Kampioen een ANWB-onderzoek naar parkeergarages. Heb je de Kampioen nog niet ontvangen, dan valt –ie een dezer dagen bij je op de mat. De ANWB nam in 2005 ook al de parkeergarages van ons land onder de loep. Vier jaar later blijkt er onthutsend weinig veranderd.
De parkeervakken in Nederlandse parkeergarages zijn nog altijd te krap. Ook de parkeervakken voor minder validen: we troffen rolstoelparkeerplaatsen aan die geheel of gedeeltelijk werden bezet door schoonmaakmachines en frisdrankautomaten. En dan hebben we het nog niet over de Amsterdamse parkeergarage aan het Heinekenplein, waar iemand in een rolstoel weliswaar riant kan parkeren, maar vervolgens via een helling van 16 procent het gebouw verlaten moet. Er is geen lift. Dus wanneer de minder valide weer bij de auto terugkomt, moet hij of zij ook die helling weer óp. Om een en ander inzichtelijk te maken, ben ik onlangs met een cameraman langs geweest bij de parkeergarages die het van de vijftig onderzochte exemplaren het bontst maken. Verspreid over twee dagen, bezochten we vijf garages. Het moet een bont schouwspel zijn geweest: twee man, twee auto’s, een rolstoel en professionele camera-apparatuur. In iedere garage sjouwden we een uur rond. Geen enkele keer werd ons gevraagd wat we aan het doen waren. Was er dan geen toezicht? In vier van de vijf gevallen was er niemand aanwezig nee. In de Amsterdamse parkeergarage aan het Heinekenplein zat er wél iemand achter de balie. Maar hij nam niet de moeite ons aan te spreken, ook al hurkten we met de camera voor zijn neus neer. Gedurende de ANWB-test werd onze onderzoeker slechts drie keer gevraagd naar de reden van haar komst. We hadden dus kunnen weten dat we voor de filmopnames ongestoord onze gang konden gaan. Maar wanneer je, zoals bij hekkensluiter Hooghuis in Eindhoven, het gebroken autoraamglas op de grond ziet liggen en de schimmige types die daarvoor vermoedelijk verantwoordelijk waren ongestoord door de garage trekken, besef je dat krappe parkeerplaatsen vandaag de dag niet het enige probleem zijn in onze parkeergarages. Frank Buma Parkeer garage onderzoek from ANWB Kampioen on Vimeo. Brulboei
19 oktober 2009 - In helikoptervlucht gaat het langs een adembenemend gebergte. Terwijl we in de verte de huil van een sportwagenmotor horen, doemt een schitterende bergpas op. Niet lang daarna raast er een zwarte Maserati over heen, moeiteloos de ene bocht aan de andere reigend. Een close-up van een van de twee imposante uitlaatpijpen: nu horen we het geraas van de motor pas goed. De haartjes van iedere rechtgeaarde autoliefhebbers staan recht overeind op zijn of haar armen.
Het beeld dat ik schets, komt linea recta uit een reclamespotje van een Italiaans sportwagenmerk. Dit reclamespotje. Er is een reden waarom de marketeers van een exotisch automerk uitwijken naar zo’n prachtig gebergte. Voor de mooie plaatjes zeg je? Dat dacht ik ook altijd. Maar de werkelijke noodzaak van zo’n locatie drong afgelopen weekend pas tot mij door. Ik had net de wekelijke boodschappen gedaan in het winkelcentrum in mijn woonwijk in Rotterdam-Zuid, toen niet alleen ik, maar ook de mensen om mij heen werden opgeschrikt door een beestachtig motorgeluid. Voetbalstadion De Kuip is niet ver van dat winkelcentrum verwijderd en als er geen wedstrijden worden gespeeld, gebruikt de plaatselijke jeugd de verlaten parkeerterreinen nog wel eens als spontaan circuit. Maar dit klonk niet als een opgevoerde Opel Corsa. Dit klonk er minstens als tien. Terwijl ik bepakt en beladen doorliep, hoorde ik nogmaals het geluid. Diezelfde parkeerterreinen van de Kuip worden ook regelmatig door rijscholen gebruikt om motorrijles te geven. Het gehuil zwol aan. Dit was geen motorfiets. Bij mijn auto aangekomen, zette ik mijn tassen neer en draaide mij om. Ik was nu toch wel erg nieuwsgierig wat er ieder moment de hoek om kon komen. Het bleek net zo’n Maserati te zijn als uit het reclamespotje. De spiksplinternieuwe GranTurismo S. Als een speurhond snuffelde het ding de straathoek af. Te midden van het winkelend publiek, dat druk aan het uit- en inparkeren was, kon de sportwagen eigenlijk nergens heen. Enkel stapvoets aansluiten in de rij met andere auto’s. Als een harmonica bewoog de stoet auto’s zich langzaam langs het winkelcentrum. En hoewel de Maserati-eigenaar keurig aansloot, klonk ieder stootje gas zo onbeschamend luid, dat de vertoning iets beschamends kreeg. Je kon het in de verre omtrek horen. Zo hebben de knappe koppen van Maserati het natuurlijk niet bedoeld. Een Maserati mag nooit iets beschamends hebben. Vandaar dat ze hun promotiefilmpjes niet schieten in een winkelstraat in Rotterdam-Zuid, maar in de bergen van pak ‘m beet Californië. Mocht je nu als Maserati-bezitter onverhoopt toch op een zaterdagmorgen in Rotterdam-Zuid terecht komen, dan kun je overigens eenvoudig het uitlaatgeluid temperen door te kiezen voor een andere stand van de automatische versnellingsbak. Dat zal de luidruchtige sportwagenrijder wiens pad ik kruiste, dan wel niet hebben geweten. Toch? Frank Buma Ons bin zunig
12 oktober 2009 - Maak jij er wel eens een wedstrijd van om zo zuinig mogelijk auto te rijden? Ik wel. Ik schreef er afgelopen mei een compleet verhaal over in de Kampioen. Onze Ecorace, waarin we probeerden het gemiddeld verbruik van extra zuinige auto’s te evenaren door rustig aan te doen in normale exemplaren, werd afgaande op de lezersreacties zelfs een succes. Terugkijkend heeft dat wellicht wat overmoedig gemaakt.
Hoewel ik de Kampioen Ecorace niet won, meen ik inmiddels wel verstand te hebben van zuinig rijden. Dus greep ik de uitnodiging van Hyundai om deel te nemen aan de Blue Challenge met beide handen aan. Bij deze Challenge draait alles om het behalen van een zo gunstig mogelijk verbruik in een auto met start/stop-technologie. Dat starten en stoppen werkt vrij eenvoudig. Zodra je bij het verkeerslicht staat, laat je de koppeling los en zet je de versnelling in zijn vrij. De motor slaat daarop af. Springt het licht op groen, dan trap je de koppeling in en slaat de motor weer aan. In combinatie met de ervaringen die ik tijdens onze eigen Ecorace had opgedaan, zag ik mijn naam al bovenaan de ranglijst prijken. Maar dat liep even anders. Afgelopen week was het dan zo ver. Ik stapte op het terrein van de Hyundai-importeur in Sassenheim achter het stuur van de wedstrijdauto: een Hyundai i30 CrossWagon, waarin eerder onder meer acteur Tygo Gernandt en coureur Tim Coronel hadden plaatsgenomen. De PR-man van Hyundai liep de regels met mij door. Daar was hij vrij snel mee klaar: deelnemers aan de Blue Challenge moeten een afstand rijden van minimaal 50 kilometer op zo weinig mogelijk brandstof. “Het draait allemaal om inventiviteit”, vertrouwde hij mij nog toe bij het sluiten van de deur. Maak mij ’s nachts wakker en ik dreun zo de regels van het Nieuwe Rijden voor je op: de banden op de juiste spanning, snel opschakelen, de auto zo veel mogelijk uit laten rollen en optimaal gebruik maken van de cruise-control. Inventiviteit maakt echter geen deel uit van die regels. Ik besloot er maar het beste van te maken. En de eerste twintig kilometer ging dat ook heel goed. Tijdens een zorgvuldig afgewogen mix van binnenwegen, N-wegen, snelwegen en stadsverkeer kelderde het verbruik van 18,9 liter brandstof per 100 kilometer naar 6,0 liter. Mocht u vorige week in de omgeving van Leiden een zelfingenomen meneer in een knalblauwe Hyundai stationwagen voorbij zijn gereden, dan ontken ik niets. Maar na dertig gereden kilometers bleef dat verbruik gelijk. En na veertig was er nauwelijks iets veranderd. In tegenstelling tot het verbruik, begon mijn zelfverzekerdheid wél af te nemen. Het start/stop-systeem van de Hyundai maakte het er allemaal niet beter op. Weliswaar werkt dat systeem voortreffelijk, in de binnenstad kijken voetgangers je toch wat meewarig aan wanneer ze bij ieder verkeerslicht je motor opnieuw aan horen slaan. Alsof je niet rijden kunt. Tot aan de poort van de Hyundai-importeur leverde ik strijd met de verbruiksmeter, die door de PR-man was vastgezet zodat er op de tripcomputer naar niets anders te kijken viel. Het spande om een eindstand van best zuinig of ietsje minder zuinig. Deze week kun je op www.hyundaiblue.nl lezen hoe ik het er van af heb gebracht. Ik verklap niks, maar het ziet er naar uit dat de wedstrijdauto de grootste winnaar wordt. Voor een stationwagen in de Volkswagen Golf-klasse zijn de behaalde verbruiken topklasse. Frank Buma Weekendje weg
4 oktober 2009 - Laatst sprak ik een collega bij de koffieautomaat. Zoals dat gaat, vroegen we naar elkaars weekend. Zijn antwoord verbaasde mij nogal. “Ik ben vrijdag naar Barcelona gevlogen om daar een auto op te halen van een ANWB-lid. De rest van het weekend heb ik die auto terug naar huis gereden”, vertelde hij monter. Over een weekendje weg gesproken.
Wanneer je in het bezit bent van een ANWB-lidmaatschap met Europa-service en niet meer in staat bent om je eigen auto terug naar huis te rijden, stuurt de Bond iemand om je auto voor je op te halen. Zo iemand als mijn collega, die naar eigen zeggen geen betere manier weet ‘om zijn hoofd leeg te maken’. Ik snap dat wel. Een lange autoreis kan pure ontspanning zijn, omdat je nergens anders op hoeft te letten dan de weg. En als je onderweg bent van Barcelona naar pak ‘m beet Den Haag, dan ben je wel even zoet. De chauffeur wordt door de ANWB ingevlogen en krijgt een bescheiden dagvergoeding. Salaris zit er niet in: onkosten onderweg worden weliswaar vergoed, maar moeten eerst door de chauffeur worden voorgeschoten. Voor het lid wiens auto wordt teruggereden, is die service overigens niet gratis. Had hij of zij zelf aan het stuur gezeten, dan moest er immers net zo goed worden getankt, tol betaald of ruitenwisservloeistof bijgevuld. Dergelijke kosten worden dan ook doorberekend aan de klant. Sinds een aantal jaren mag alleen ANWB-personeel optreden als chauffeur. Dat heeft niet alleen een verzekeringstechnische oorzaak: wie zijn auto niet zelf naar huis kan rijden, heeft daarvoor doorgaans een vervelende reden. Mijn collega, die van de koffieautomaat, reed een bestelbus naar huis waarvan de rechtmatige eigenaar op zijn vakantieadres was overleden. Incidenteel vallen er echter ook de nodige anekdotes op te tekenen over de ANWB-repatriëring. Daarover binnenkort meer. Vroeger was niet alles beter
28 september 2009 -Eerder schreef ik onderaan deze pagina een pleidooi voor de aanwezigheid van meer klassieke auto’s in het Nederlandse straatbeeld. Het zou de sociale omgangsvormen onderweg ten goede komen, dacht ik zo. Maar uiteraard dacht ik niet aan de milieuproblematiek. En ik zag ook nog iets heel anders over het hoofd.
Dit jaar bestaat de IIHS vijftig jaar. De Insurance Institute for Highway Safety een Amerikaans broertje noemen van de EuroNCAP, zou kort door de bocht zijn. Beide instellingen voeren weliswaar botsproeven met auto’s uit, maar de IIHS is ‘slechts’ een initiatief van het Amerikaanse verzekeringswezen. De EuroNCAP is een instituut, met in de organisatie een zestal Europese overheden (waaronder Nederland) en ook de ANWB. De door EuroNCAP uitgevoerde botsproeven gelden inmiddels als standaard in de auto-industrie. Dat wil geenszins zeggen dat de dames en heren fabrikanten zorgeloos toezien wanneer de Amerikanen hun auto’s hardhandig beproeven. Een slecht resultaat kan funest zijn voor een nieuw model, aan welke kant van de wereld zo’n botsproef ook wordt uitgevoerd. Van het bijgaande filmpje gaat echter geen waarschuwing uit naar de fabrikanten, maar naar klassieke autoliefhebbers zoals ondergetekende. Om diens vijftigjarig bestaan luister bij te zetten, heeft de IIHS een botsproef opgezet met een auto van toen en een auto van nu. De beelden zijn schokkend: van de oldtimer, een volledig originele Chevrolet Bel Air, blijft nagenoeg niets over wanneer de auto frontaal op een hagelnieuwe Chevrolet Malibu klapt. In een kleine twee minuten worden de vorderingen die de afgelopen vijftig jaar zijn geboekt op het gebied van veiligheid, pijnlijk duidelijk. Het werpt ook meteen een heel ander licht op de reden waarom eigenaren van klassieke auto’s naar elkaar zwaaien onderweg. Zij die gaan sterven, groeten u. Frank Buma Ander pluche
’t Is wat: heb je jarenlang gewerkt aan een sterk imago, trekt je klandizie het vloerkleed onder je voeten vandaan. Het overkwam Mercedes. De producten van de autofabrikant waren generaties lang de verpersoonlijking van een geslaagd leven. Maar nu de beurshandelaren die altijd zo graag met een dergelijke auto reden, de wereld in een financiële crisis hebben gestort, is te boek staan als een duur merk het laatste wat een automaker wil.
Status ontleen je vandaag de dag niet meer aan cilinderinhoud of wortelnotenhout. De kleur van het pluche is tegenwoordig groen. En dus brengt Mercedes in rap tempo schonere en zuinigere versies van hun reeds bestaande modellen op de markt. Afgelopen week reed ik met zo’n schonere en zuinigere versie van de C-Klasse naar Frankfurt op en neer voor de 63ste editie van de Duitse AutoRAI. Het exemplaar dat ik meekreeg, een C180 Kompressor, werd op kenteken gezet terwijl ik aan de koffie zat. Over een afstand van 614 kilometer behaalde ik vervolgens een gemiddeld verbruik van 1 liter benzine op 14,7 kilometer. Natuurlijk moet je in acht nemen dat ik hoofdzakelijk over snelwegen heb gereden. En dat ik tijdens mijn rit het Nieuwe Rijden heb toegepast: snel opschakelen, de auto waar mogelijk uit laten rollen, je maximum snelheid in de gaten houden en de cruise-control gebruiken. Maar ik reed mijn verbruiksscore wel bij elkaar in een niét ingereden auto. Het gemiddeld verbruik dat Mercedes zelf voor de auto opgeeft, bedraagt 1 liter benzine per 14,9 kilometer. Er bestaan zuiniger concurrenten, maar de greep die incapabele beurshandelaren voorheen op het merk hadden, lijkt verslapt. Ik vraag mij af of dat voor alle luxe merken geldt. Nog nooit zag ik op een autotentoonstelling zoveel luxe sleeën bij elkaar als op de huidige editie van de Duitse AutoRAI. Jaguar introduceert er zijn XJ, Porsche laat de Panamera zien, Rolls Royce komt met de Silver Ghost, Bentley met de Mulsanne en Aston Martin toont de Rapide. Allemaal vierdeurs auto’s met een lengte van meer dan 5 meter, een aanschafprijs van meer dan 5 nullen en een gemiddeld verbruik waar het getal ‘5’ ongetwijfeld ook in voor zal komen. Als in: 1 op 5. Ook Mercedes laat op de IAA een exorbitante auto zien in de vorm van de SLS AMG, een sportwagen met vleugeldeuren die al jaren in de pijplijn zat. De Duitsers zetten daar echter wel een hybride S-Klasse tegenover, plus een elektrische Smart en twee prototypes op waterstof. Autofabrikanten die enkel en alleen hele forse modellen introduceren, hebben duidelijk geen lering getrokken uit de effectenhandel. Frank Buma Kirsche op de taart
14 september 2009 - Onlangs was ik op de verjaardag van mijn schoonvader, toen een van de verjaardagsgasten het parkeerterrein opdraaide in een banaangele Porsche. Let wel: ik zat niet aan de taart in Blaricum, maar in een rijtjeshuis in Maassluis. En de kersverse sportwagenbezitter reed tijdens de viering van vorig jaar nog in een gewone leaseauto. Zoiets roept aan de koffietafel natuurlijk vragen op.
Omdat de overige aanwezigen al op de hoogte bleken van de aanschaf, stonden mijn brandende nieuwsgierigheid en ik er alleen voor. Ik hield het precies één drankje vol. Toen begon ik toch eens voorzichtig te informeren. Ik kende tot op dat moment geen winnaars van een grote geldprijs. En dat is nog altijd zo, want de Porsche-rijder bleek de aanwinst van z’n eigen zuurverdiende geld te hebben gekocht. Alleen niet hier in Nederland, maar bij onze oosterburen, waar een volbloed sportwagen evenveel kost als een gezinsauto. Ik kon mijn verbazing niet verhullen, waarop de zwager van mijn schoonvader – zelf ook in het bezit van een luxe auto uit den vreemde – scherp opmerkte: “Hoe kan het nu dat een autojournalist niet weet van het importeren van een auto uit Duitsland?”. Tsja. Eerlijk gezegd ging ik er tot voor kort van uit dat alleen liefhebbers van klassieke auto’s hun blik van ver haalden. Die ene speciale uitvoering, waarvan er wereldwijd slechts veertig zijn gemaakt en waarvan er in Griekenland eentje blijkt te staan. Je kent de verhalen wel. Op verjaardagsvisite hoorde ik nu van een veel alledaagsere vorm van import. Eentje die buitengewoon eenvoudig in zijn werk gaat bovendien. Een dag later heb ik thuis op de computer een aantal Nederlandse en Duitse occasions met elkaar vergeleken. Het werd al gauw een onrustige avond. En je hoeft echt geen peperdure limousine of exotische sportwagen uit te kiezen, om een aanzienlijk geldbedrag te besparen. Kijk maar eens hier. En hier. Het aanbod is bij onze oosterburen nog veel groter ook! Maar je hebt het niet van mij. Zeg maar dat je het ergens op een verjaardag hebt gehoord. Frank Buma Goed fout
7 september 2009 - Als autoredacteur van de Kampioen houd ik mij bezig met de meest verkochte auto’s van het land. Dat zijn geen Ferrari’s of Porsches. Eerder auto’s die je er achter zou kunnen verstoppen. Kleine stadsauto’s zijn de verkooptoppers van dit moment, mede ingegeven door de economische malaise.
Incidenteel kom ik echter nog wel eens achter het stuur terecht van een auto die je niet zo gauw op de pagina’s van de Kampioen zult terugvinden. Recentelijk nog, toen ik bij de importeur van Volkswagen een hagelnieuwe Polo terugbracht. Normaliter reis ik in zo’n geval samen met een collega van AutoAdvies. Het mes snijdt aan twee kanten: die betreffende collega rijdt met een auto waarover hij van ANWB-leden vragen kan verwachten en ik strand niet bij de importeur. Afgelopen keer was het echter vakantietijd en de afdeling AutoAdvies had de handen vol aan het uit de wereld helpen van een hardnekkig misverstand rond Franse brandstof met een lager octaangehalte. Daar stond ik dan, in de blinkende showroom van de Volkswagen importeur. De PR-man had een oplossing in de vorm van een oneerbaar voorstel. Ik mocht een willekeurige Volkswagen uit de aanwezige persvloot mee terug nemen. Nu moet je weten: in de garage van zo’n importeur staan niet louter stadsauto’s. Misschien een paar. Maar de overige parkeerplaatsen worden ingenomen door auto’s die bedoeld zijn voor de liefhebberspers. Uitvoeringen met de dikste motoren, behangen met alle soorten van luxe. Een snoepwinkel. Ik controleerde of niemand keek. En koos een zuurtje in de vorm van een lipstickrode Volkswagen Scirocco. De Scirocco is een sportwagen voor de bescheiden beurs. Het oer-exemplaar werd in 1974 geïntroduceerd. Sindsdien zijn er drie generaties van verschenen. Het huidige model laat zich nog het beste omschrijven als een Golf die een klap op het dak heeft geïncasseerd. Daar is niets mis mee. De iconische Porsche 911 is op precies dezelfde wijze ontstaan (beeld je maar eens een Volkswagen Kever in en geef daar een goede dreun op). Het heeft de 911 geen windeieren gelegd. Maar de Scirocco trok door de jaren heen mensen aan die de auto een bepaald imago gaven. Volks. Niet in de zin van Volkswagen. Eerder in die van volksbuurt. De nieuwste generatie Scirocco heeft de vette vingers op zijn imago nog altijd niet weg kunnen poetsen. Maar schuilgaand achter de donkergetinte ramen van mijn testauto kwam ik tot de conclusie dat die vette vingers juist wel hun charme hebben. Je zou je kunnen generen voor zijn vervaarlijke vormgeving en de net iets te luidruchtige uitlaatbrom. Of voor de instap, die dankzij de lage daklijn even eenvoudig gaat als je huis betreden via de brievenbus. Maar de Scirocco heeft ontegenzeggelijk charme. Hetzelfde soort als een vechtfilm met Jackie Chan of de nieuwste cd van de Toppers: goed fout. Dat is vandaag de dag een kwaliteit. En zo haalt de Volkswagen alsnog de Kampioen. Frank Buma Gegroet
31 augustus 2009 - Of er maatschappelijk draagvlak voor bestaat, valt te betwijfelen. Maar ik dagdroom wel eens over hoe ons land er uit zou zien, wanneer iedereen in een klassieke auto reed. Ik rijd zelf in een klassieke auto, regelmatig zelfs, en meer nog dan op het kenmerkende motorgeluid, verheug ik mij op de reacties van mijn medeweggebruikers.
“Tuurlijk”, denk je wellicht smalend. “Opgestoken middelvingers zeker, omdat je iedereen ophoudt bij het stoplicht.” Maar mijn opmerking is geenszins sarcastisch bedoeld. Waar ik ook naar toe rijd, ik kan altijd rekenen op een of twee tegen het raam gedrukte kinderneusjes. Laatst stond ik in de file toen mijn aandacht werd getrokken door een meneer die opzichtig bij mij naar binnen keek. Hij wees naar mijn oude beestje, stak zijn duim op en grijnsde van oor tot oor. Dat is dan nog een willekeurige automobilist. Eigenaren van een zelfde merk of type auto steken immer hun hand op. Of ze nu passeren, je in tegenovergestelde richting tegemoet komen of bij het stoplicht voor je staan. Er zijn meer weggebruikers die elkaar begroeten. Buschauffeurs bijvoorbeeld. Of motorrijders: die steken niet alleen hun hand op, maar ook wel eens hun been uit. Vrachtwagenchauffeurs hebben zelfs een complete lichtbatterij op het dak, speciaal om hun collega’s gedag te zeggen. Maar bussen en vrachtwagens zijn zo groot. En op de motor is het al gauw te koud. Een klassieke auto is daarom naar mijn mening de ideale manier om vriendschappelijkheden uit te wisselen in het verkeer. Dat gebeurt nu nog veel te weinig. Er is echter een probleem. Heb jij de bezitter van een Lelijke Eend ooit wel eens zien zwaaien naar een Kever-rijder? Eigenaren van oude auto’s zijn in de regel net voetbalsupporters: bijzonder eenkennig. Mijn straatbeeld vol klassiekers zal dus voorlopig een fantasie blijven. En met de steeds strengere milieuregelgeving in het achterhoofd, komt die dagdroom vermoedelijk nooit uit. Maar geef toe: het is wel een mooie gedachte. Vrede op aarde, in de parkeerhavens een welbehagen. Frank Buma Uit de rails
(24 augustus 2009) - De meeste mensen realiseren zich dat ze een jaartje ouder worden dankzij een verjaardagstaart. Onlangs had een achtbaan op mij hetzelfde effect. Waar ik voorheen probleemloos de ene looping aan de andere reeg, stapte ik nu met een bonzend hoofd en een zwakke maag uit het karretje. En dan moet ik nog 30 worden.
Renault heeft al een tijdje een Laguna in het assortiment met vierwielbesturing:
Dat is iets anders dan vierwielaandrijving. Daarbij brengen alle wielen evenveel vermogen op de weg. Vierwielbesturing betekent simpelweg dat je achterwielen meedoen. Ze sturen tegen bij het inparkeren – je stond met een middenklasser nog nooit zo snel op je plek – en draaien mee in de bocht. Zeker op de snelweg is de vergelijking met een achtbaan dan niet ver weg. De Renault gaat als op rails de bocht om. Het vergt niet meer dan een half uurtje of je wilt nooit anders meer. Weliswaar zijn de eerste bochten nog oppassen geblazen – als je stuurt zoals je met je eigen auto gewend bent, eindig je ongewild óp de stoep in plaats van ernaast – maar het gebruiksgemak is groot. En in tegenstelling tot een achtbaan, werd ik in de Renault niet misselijk! Mijn vriendin, naast me op de bijrijderstoel, wel. Zo eindigde ik, na nog eens drie naar haar zin té enthousiast genomen bochten, alsnog met een bonzend hoofd. Frank Buma |
|
||||||||||||||||||||||||||
| COPYRIGHT ANWB 2010 Disclaimer | ||||||||||||||||||||||||||||