![]() |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Weblog Toerisme
| |||||||||||||||||||
|
Museumallergie
Ik was pas zestien toen ik met twaalf andere broekies op de touringcar richting Parijs werd gezet. We gingen op 'studiereis' maar iets deed me vermoeden dat de schoolleiding daar iets heel anders onder verstond dan de extreem opgewonden buspassagiers. Ons zootje ongeregeld was natuurlijk vooral geïnteresseerd in rosse buurten, de Moulin Rouge en het achterovergooien van belabberde budgetwijn in Quartier Latin. Een museum zei ons niets, of het moest het Sexmuseum zijn. De volgende dag stonden we oog in oog met Miss Mona Lisa in het Louvre. Eindeloos sleepten we achter de Engelstalige gids aan, die voor heel veel geld was ingehuurd door meneer Paardekooper van wiskunde (dat wisten wij, want hij zei 't wel een keer of tien). We sloften gang in gang uit en we begonnen ons serieus zorgen te maken of we wel voor sluitingstijd dit Megagebouw konden verlaten. Het was fecking afgrijselijk tot de tiende graad, om in de terminologie van meneer Paardekooper te blijven. Sindsdien krijg ik rode pukkels van alleen de aanblik van een museumgebouw. Betreden is al helemaal niet in frage, uit angst 526 gangen te moeten doorwandelen om uiteindelijk - godzijdank - het bordje Exit te zien. Maar afgezien daarvan heb ik het na tien schilderijen wel gezien. Daarna begint alles te lijken op een koektrommelplaatje. Maar dan zonder de smaak van een verse weespermop. Inge Mink Passie voor het vak
Drie decennia geleden belandden ik en mijn partner als armetierige studenten in een Belgische B&B. Ik zal geen plaatsnaam noemen, maar het begint met een G en eindigt twee letters later met een T. Ja, daar dus. Er stond een rotweiler achter de balie die bars b'jour gromde, aan z'n Belgische aars krabte en ons gedachteloos de sleutel van een 'kot' toewierp. Da's Vlaams voor kamer, behalve in deze Fawlty Towers, waar kot gewoon kot betekent. Of krot, want aan onderhoud brandde de eigenaar zijn vingers niet. Sinds onze rendez-vous met Mr. Rotweiler zijn we heel wat boertige/kwaadaardige/onbuigzame hotelemployees tegengekomen. Breek me de bek niet open. In San Francisco heb ik op een haar na geen dubbele moord gepleegd op twee zeer irritante receptionisten. Dat krijg je ervan als de frontdesk je na twee uur zeuren nog geen sleutel verstrekt omdat je naam bij de reservering verkeerd is gespeld. 'Zeg nou zelf Sally,' argumenteerde ik nog, 'lijkt L I N K niet verdacht veel op mijn paspoortnaam M I N K?' Op mijn verzoek om mij nu de kamer te geven, antwoordde Sally: 'Only if Mrs. Link doesn't show up'. Kijk, daar heb je wel achttien jaar isoleercel voor over. Waarom ga je in hemelsnaam in de horeca werken als je een hekel aan klanten hebt? Waar is - anders gezegd - de passie gebleven? Alleen door liefde voor het vak spring je om zes uur 's ochtends fluitend uit je bed als de wekker rinkelt. Zelf heb ik een collega die een enorme passie heeft voor Live Action Roleplaying, een rollenspel zonder script met vaak tientallen - even hartstochtelijke - deelnemers. Ik heb daar bewondering voor. Of het nu je hobby is of je werk, zonder passie is alles even dof en kleurloos. Voor je het weet hang je in je Lazy Boy met Max Geheugentrainer op de buis. Inge Mink Kofferslons
De amusante film Up in the Air vertelt over frequent flyer George Clooney (alleen al daarom verplichte kost, dames!) die in pak 'm beet vijf minuten de Volmaakte Trolley kan inpakken. Stikjaloers kan ik worden van zo'n keurig stapeltje Ermenegildo Zegna-overhemden (ik zie George liever zonder, maar dit terzijde) dat met militaire precisie en de hulp van een duimstok lijkt te zijn opgevouwen. Nee, dan mijn uiterst zielige hoopje kreukbloesjes. Als ik de reistrolley opentrek, springen ze er alle tien dolenthousiast uit. Alsof ze twintig jaar eenzame opsluiting op Robbeneiland achter de rug hebben. Waarschijnlijk hadden ze dat veel liever gehad.
Inpakken is - zelfs na twintig jaar reportages maken voor de Kampioen - nog steeds niet 'mijn ding'. Nog altijd sleep ik kilo's teveel mee, of is de koffer te klein, het is maar hoe je het bekijkt. Ik neem me voor 'light' te reizen, maar voor ik 'licht' heb uitgesproken liggen er alweer zeven paar schoenen in de koffer. Wandelstappers, uitgaansschoenen (twee paar, hoge en ballerina's, want je weet nooit of je ver moet lopen naar het restaurant niet waar?), sloffen om niet in direct contact te hoeven komen met het eventuele sticky carpet in de hotelkamer, strandslippers (hé, ik mag me toch ook wel een beetje ontspannen), Teva's en Ugg's. Die laatste hoeven niet echt mee, maar ze staan zo leuk. Jasjes, of kan ik beter zeggen 'jasses, wat moet je daar veel van meenemen', vormen de 'pièce de résistence'. Het kan immers regenen/winderig zijn/sneeuwen/hagelen/snikheet zijn/vriezen in le village touristique. In buitenkledingterminologie betekent dat een regenjas/windstopper/donsjack/zomerjas/fleecejack/Dale-trui. O ja, ik ga no-way de deur uit zonder colbert voor het verplichte diner met de directeur-generaal-majoor van de plaatselijke VVV. In twee kleuren, want het moet natuurlijk wel een beetje matchen met de outfit van de fotograaf. Light travelen bestaat dus niet. Of je moet zoals George Clooney een kledingtrailer hebben klaarstaan om je tweeduizend kilometer verderop in het nieuw te hijsen. Inge Mink Met de rolstoel naar New York
Het lijkt een mission impossible: met twee gehandicapte ouders (want beiden in rolstoel, hoewel ze nog vier stapjes p.p. kunnen zetten zonder om te vallen) door de Big Apple reizen. En toch heb ik dat twee weken geleden gedaan. En - guess what - 't was nog ongelooflijk leuk ook. Oké, zo nu en dan deed een lift in het treinstation het niet (lastig als je dertig meter onder de Hudson zit), en sommige taxichauffeurs kijken naar je rolstoel alsof ze een CSI-lijk moeten inladen, maar verder: no problemo.
Dat komt goeddeels door de New Yorkers zelf. Ze staan erom bekend dat ze letterlijk over lijken gaan (mocht je op straat het loodje leggen) en zich haantje-de-voorste in de metro wringen, maar niets van dat al. Als je in een rolstoel zit, ben je de wedergekeerde Verloren Zoon, de Dalai Lama van de Empire State, de Jesuschristsuperstar die al dertig jaar volle zalen trekt op Broadway. M.a.w.: je wordt behandeld als een A-lister en staat per definitie als eerste in de rij. En de hulpvaardigheid gaat vér in hartje Manhattan. Politie-agenten zetten het verkeer stil, beren van tattoo-boys dragen de rolstoel de trap af en - whatever het aantal wachtenden voor Dunkin Donuts - jij ontvangt als eerste je Peanut-Butter-Icing-Rainbow-Sprinkles deegrol. Onnodig om te zeggen dat de uitverkochte Mamma Mia!-musical als bij toverslag plaats blijkt te hebben. Het enige nadeel van een gehandicapte medereiziger is dat je er een beetje slecht van wordt. Ik denk erover the old folks mee te slepen naar Parijs. Tijdens de uitverkoop. Zie mezelf al als eerste bij het rek met designlabels-in-de-ramsch kwijlen. Elk nadeel heb z'n voordeel, om met J.C. te spreken. Inge Mink Terrasje pikken?
Zodra de eerste zonnestralen op mijn huid branden, hang ik op het terras van de plaatselijke kroeg. Natuurlijk met een glas (of fles) rosé binnen handbereik want er is geen beter medicijn om de dagelijkse beslommeringen te vergeten. En als ik toevallig geen beslommeringen heb: het is gewoon een verrekt lekker goedje.
Anyway, het gaat om het volgende: probeer in een Nederlands café binnen twee minuten een bestelling te plaatsen. Wedden dat dat niet lukt? Als je de serveerster wenkt, kijkt ze schichtig de andere kant op. Mocht ze een fractie te laat zijn, dan buikspreekt ze droogjes 'ik kom zo bij u'. Vervolgens zit je nog een half uur duimen te draaien. In de United Staten is het andere koek. Daar denkt de serveerster tenminste aan haar fooi (ook omdat er vaak geen ander loon is). Maar je moet in Nederland gewoon creatief bestellen. Dat wil zeggen: alles tegelijk. Onze bestelling luidt dus doorgaans: 'Graag twee flessen rosé met een schaal bitterballen en blokjes jonge kaas. En doet u maar soep, twee biefstuk en tiramisu. En graag twee espresso.' Inge Mink Eerlijk duurt het langst
Een vriendje van me is ook toeristisch journalist, maar dan voor een fietsblad. Hij komt dus nog wel eens ergens, en in de meeste gevallen keert hij vet tevreden huiswaarts met een leuke route in een leuke streek met leuke mensen. Geen vuiltje aan de lucht. De wereld is mooi.
Tot 'ie - God verhoede het - in bloody England terecht komt. Je weet wel, dat uit de kluiten gewassen eiland waar ze het nationale gerecht uit een krant serveren. Het land waar ze vloerbedekking in de badkamer hebben. Het land van de azijnchips, schraal bier, coronation streets en linksrijders. Het land waar je niet verder kunt kijken dan twee meter omdat er een heg in de weg staat. Het land waar je pond inmiddels honderd gram waard is. Maar dat geeft niet, want er is toch niks leuks te koop. Althans, zo denkt mijn fietsende kennis erover. Hij heeft zo'n hartgrondige hekel aan Engeland dat ie een trip naar Charleroi verzon om maar niet het Kanaal over te moeten steken. De zwartgeblakerde metropool werd onlangs verkozen tot 'lelijkste stad van Europa'. Kun je nagaan. Zijn laatste verhaal over Engeland had een onverwacht staartje: het Brits verkeersbureau wilde niets meer met hem te maken hebben. Of zoals Johan Cruyf het filosofisch verwoordde: elk nadeel hebt zijn voordeel. Inge Mink Steekpenningen?
Als redactie zijn we natuurlijk zo onafhankelijk als Zwitserland tijdens de laatste wereldoorlog. We laten ons niet verleiden door kloeke kortingen op fonkelnieuwe auto's, gratis cruises en picknickmanden waar een weeshuis een weekje van kan smullen.
Zo zijn wij niet opgevoed. Als wij schrijven dat de royale asbak het enige positieve aan Automodel X is, dan vinden wij dat. Omgekeerd kunnen wij ook lyrisch zijn over een nederige taverne aan een Grieks haventje. 'Eerst Dimitra zien en dan sterven', schreven we zuchtend met de malste souvlaki ter wereld op ons bord. Maar hoe zit het als een presentje dat wordt geleverd nadat het artikel is verschenen? Dan zijn we - ik moet het eerlijk toegeven - heel wat minder streng in de leer. Een taart van een Rotterdams koffiehuis (die koffie serveert, mind you) dat we in een route hebben opgenomen? We hebben de vorkjes al gepakt voordat de zoete lekkernij de vijfde verdieping heeft bereikt. Het moet natuurlijk niet te gek worden. De grens ligt bij de genoemde taart. En het mooiste is als die van een lezer afkomstig is. Direct nadat we ons artikel over Ticino hebben gepubliceerd, kregen we een telefoontje van de beveiliging. 'Meneer Kramer was zo ontroerd door jullie verhaal dat hij een vlaai voor alle redactieleden heeft gekocht. Hij kreeg tranen in zijn ogen toen hij de plek terugzag waar hij altijd met zijn vrouw op vakantie ging. Vorig jaar is mevrouw Kramer helaas overleden.' Het is een one-liner die je als journalist niet zou mogen gebruiken, maar ik doe het lekker toch: hier doe je het allemaal voor. Franse supers
Het mooie van een Franse supermarkt is dat ze niet aan voetbalplaatjes doen. Of bonusvoordeel. Of plakzegels. Of '35 procent korting als u een pak karbonades koopt die we een week geleden aan de Voedselbank hadden moeten doneren'. Dat actiegedoe houdt maar op aan de kassa. En het lijkt me een crime voor de verkoopster die telkens weer de discountriedel moet opdreunen. 'Wilt u nog een zegel om dubbele zegels te krijgen bij onze bonusaanbieding van de week?' Echt, het is me gevraagd. Nee, daar heb je bij de Fransosen geen last van. Bij de kassa kun je zo doorlopen want de korting is - héél gek - gewoon in het prijskaartje verrekend. Daarnaast is de keuze uit producten ongeveer een factor 50 groter. En vrijwel alles is delicioux wat je koopt, wat je niet kan zeggen van een blik nasi gevuld met mysteriemeat en gevriesdroogde peterselie. Kleeft er dan geen nadeel aan het Franse winkelparadijs. Ja, één. Ik kan er nooit kiezen. Een verse salade met kreeft of een bouillabaise met rouille? Een tarte au citron of een tarte tatin? Het is om gek van te worden. Zo hou ik mezelf uren op tussen de verfijnde kaasjes, wijntjes en nootjes. Ik ben mijn eigen discountzegel. Inge Mink Amerikaanse efficiency
Dankzij het internet (God bless the World Wide Web) was het boeken van een hotelkamer in New York een fluitje van een cent. Betalen ging met één druk op de knop en hup, de Ubercoole-Hudsonview-suite-met-flatscreen was mine voor een midweekje.
Mijn enige probleem: ik vergeet bij de reservering altijd wat door te geven. Bijvoorbeeld dat ik een niet-roken kamer wil, of een sterke voorkeur heb voor de eerste verdieping (ik heb Towering Inferno gezien). Of dat ik tóch maar dat peperdure ontbijt bestel, of de ochtendkrant of de gevulde koelkast. De lijst is eindeloos van hotelzaken waar ik achteraf pas het nut van inzie. Amerikaanse receptionistes - die ik daarna helaas moet bellen - houden daar niet van. Die zijn namelijk zo efficiënt als een robot in een Crysler-fabriek. Éen verzoekje kunnen ze nog wel aan, maar bij drie beginnen ze te knarsetanden. 'Why didn't you read the form correctly?' luidt hun chagrijnige antwoord. Ik zie altijd een kauwgomklappende schoolmeid voor me met een Beehive-kapsel uit de jaren zestig, maar dat kan verbeelding zijn. Tegen mijn zin in zeg ik toch maar een kruiperig 'sorry'. Uiteraard alleen uit eigenbelang. Voor je het weet stopt zo'n hotelsekreet je in de bezemkast. Inge Mink De snelwegsuper
De tijd dat een benzinestation gewoon benzine verkoopt, toch geen al te bizar idee, stamt uit de tijd van het Polygoon-journaal. Anno 2010 heeft de snelwegpomp meer weg van een Albert Heijn XL, compleet met versafdeling, damesverband en afbakoven voor grootmoeders appelgebak. Het enige verschil met de echte supermarkt zijn de truckchauffeurs die zojuist een massive attack op de snackmuur hebben gepleegd. Persoonlijk beschouw ik het als een extra bonus dat de benzinewinkel twentyforseven naar bereklauw ruikt.
Ik ben verzot op de sfeer van een A2-super. Je ontmoet er nog eens iemand. Laatst nog, een Catalaan die vroeg of de nasi uit blik een soort Dutch paella was. Ik knikte bevestigend en gaf hem nog het advies er een bakje minigehaktballen bij te kopen. 'That is our Dutch tapas', zei ik met gemeend gevoel van nationale trots. De dankbaarheid van de man. Alsof ik uren voor Manolo in de keuken had gestaan. Soms is mijn tank nog tot de rand gevuld, maar geef ik mijn stuur toch een ruk naar rechts. Hypnotiserend, zo'n Shellgebouw vol zaterdagboodschappen. Ik kan niet wachten tot de bonuskaart met een schelp erop. Inge Mink 'Awel, u praat zo grappig'
Nederlanders lachen zich doorgaans een kriek om olijke Belgische uitdrukkingen. Zo heeft de Vlaming het over pinguintjes als hij de waggelende obervogels op de Zuidpool bedoelt. Piepen ze in Gent een kliekje op, dan doen ze dat in de microgolvenoven. En wee de gebeente als Sjefke je een pezezwever noemt. Je zit dan waarschijnlijk een potje vet te muggeziften in de Belgische huiskamer.
Afgelopen weekend sliep ik in een Gentse Bed & Breakfast, waar verrassend genoeg 'bed & breakfast' op de gevel stond. Tja, het had net zo makkelijk Slaapkot & Boterhammeke kunnen heten of iets in die trant. De menukaart was dan wel weer geschreven met het Groot Vlaams Woordenboek van Malle Woorden op de keukentafel. Praktisch gezien betekent dat prijsschieten als je bijvoorbeeld je zinnen hebt gezet op kieken met carotten. Is het een koe, een varken, een exotische paradijsvogel? Het olijke Belgische taaltje is dan toch ietsje minder olijk. Maar nu komt het. De uitbater lag geregeld in een deuk als ik wat zei. Maakt niet uit wat. Vroeg ik om een sinaasappel, dan schuddebuikte hij: 'Amai, madammeke draait het om. U bedoelt zeker een appelsien.' Toeslag voor een derde persoon? 'Madammeke is zo grappig, u bedoelt opleg?' En zo ging het maar door. Peentjes, stropdas, kletskous, vliering, oliebol, aardbei. Alles was even vermakelijk voor de hotelbelg. Ik verzorgde gratis en voor niets een one man show. Toch betrapte ik mezelf op een toenemende symphatie voor de taal van de buren. Na een weekendje in het Gentse had ik het tegen mijn partner zelfs over een 'snotvalling'. Dat klinkt toch veel logischer dan verkoudheid? Inge Mink Twaalf druiven
Oud en nieuw verliep niet bepaald spectaculair in Huize Inge. Ten eerste was er zero bezoek, of ik moet de buurvrouw meerekenen die aanbelde voor een kopje poedersuiker ter opleuking van haar oliebollen. De enigen die ik gelukkig nieuwjaar wenste waren mijn vriend en de hond. En de laatste deed ook nog 's geen bek open omdat het geen blafras is.
Hoe anders heb ik het nieuwe jaar in het buitenland ingeluid. In Madrid at ik op het Puerta del Sol twaalf druiven (brengt geluk) tussen duizenden uitzinnige Spanjaarden. Op Phuket speelde ik waterpistooltje met de immer vrolijke inwoners. Het Thaise nieuwe jaar viel weliswaar half april, maar feest = feest. De allermooiste jaarwisseling beleefde ik tijdens het millennium. Ik stond met mijn partner onder een helverlichte Eifeltoren. En we telden met honderdduizenden(!) Fransen de seconden tot de nieuwe eeuw. Volgend jaar gaan we naar Antwerpen, waar boven de Schelde een prachtig vuurwerk wordt afgeschoten op het ritme van een leuk moppie muziek. Je hoeft geen duizenden kilometers te reizen voor een spectaculaire nacht. Inge Mink Yah man!
Kwam afgelopen vrijdag terug van een reportage op Jamaica, het Caribische all-inclusive eiland waar de zon twentyforseven schijnt. Ter plekke werd ik weer 's keihard geconfronteerd met een aantal westerse vooroordelen.
Jamaicanen - zo heerst aan deze zijde van de oceaan het idee - zijn enorm laidback en vriendelijk, houden van een spliffje (joint op z'n Jamaicaans), dragen zelfs in hun eigen zomer een XXL wollen muts, zijn fier op hun rastahaar, draaien (dus) de hele dag reggae en groeten elkaar met een vuisttouch onder het roepen van respect. Yah man, respect! Ofwel: de Jamaicaan is de SiSi Rider uit de voormalige frisdrankreclame. Dat beeld was niet geheel bezijden de waarheid. Het enige wat nog ontbrak was dat té leuke SiSi driewielertje waar ik graag een stukje mee zou willen riden. Verder zijn Jamaicanen zo ongeveer het aardigste volk op deze aardbol. Ik wil maar zeggen: vooroordelen zijn niet per se slecht. Inge MInk 'Groen' Amsterdam
Zojuist zag een Groene Reisgids over onze hoofdstad het levenslicht. De milieuvriendelijke citybijbel vertelt de argeloze toerist waar 'ie moet eten, yogaen, winkelen, slapen en met een CO2-neutraal hart een avondje uit kan spanderen. Het dagje stadten wordt een puzzelquiz waarbij niet het plezier centraal staat, maar het gegeven dat je veganistische restaurant twee gescheiden afvalbakken biedt.
Milieubewust leven is bijna een religie geworden. Een collega spreekt me vermanend toe als ik een kartonnen DE-bekertje uit de automaat trek (maar hij slurpt wel een halve tank leeg om op zijn werk te komen). De buurvrouw rijdt een Toyota Prius (om vervolgens om de hoek een blik doperwten te kopen). En de winkeljuffrouw kijkt me viezig aan als ik om een plastic tas vraag (over haar kan ik niets vervelends bedenken). Een beetje bedachtzaam omgaan met het milieu is natuurlijk oke, maar het moet geen religie worden. Je bent bijna een melaatse in de maatschappij als je 'toegeeft' nog een gloeilamp te hebben hangen. Of als je vertelt dat je gewoon euro's wilt uitsparen met je nachtwasje. Ga me als-je-blieft niet terechtwijzen. Anders koop ik morgen een Hummer, gooi ik mijn flessen in de GFT-bak en zorg ik dat mijn helverlichte living vanaf een spaceshuttle is te zien. Dat laatste is natuurlijk een geintje. Hoewel de milieupolitie dat waarschijnlijk niet zo opvat. Inge Mink Wereldstad Aken
Ben pas terug van de Weinachtsmarkt in Aken. Een aanrader, want ook al is het niet de grootste kersthappening ter wereld, de tientallen kraampjes verkopen er kwaliteit. Bovendien is de setting van de markt magnifiek, met de wereldberoemde Dom aan de ene zijde en het Stadhuis aan de andere. De eeuwenoude monumenten zijn de kroon op de heerlijke kerstsfeer.
Aken kende ik dus alleen van de Dom en de kerstmarkt. Achteraf gezien best wel raar, want niemand minder dan Karel de Grote regeerde vanuit Aken zijn Karolingische Rijk die grote delen van Europa besloeg. In 794 bombardeerde hij Aken tot hoofdstad van zijn rijk benoorden de Alpen. Maar liefst dertig prinsen werden in de Dom tot keizer van het Duitse Rijk gekroond. Waarom heb ik deze geschiedenis niet uitgebreid op de middelbare school gehad, vraag ik mij op 47-jarige leeftijd af. Dit raakt toch de grondvesten van het ontstaan van Europa? Mag ik als-je-blieft weten waar ik vandaag kom? Maar nee, ik kreeg les over de Jom Kipoeroorlog, kovchosen en sovchosen in het verre Rusland, de invasie in de Varkensbaai en de Amerikaanse bombardementen van Vietnam. Of dit een politieke achtergrond heeft of niet, ik vind het merkwaardig dat de 'eigen' geschiedenis onder het historische laken wordt geschoven. Ik weet al welk boek ik aan Sinterklaas ga vragen... Inge Mink Herrlich Deutsch
Na een jaar of tien Appie-Heinen trok ik weer 's eens naar de markt. Waar je gulden een daalder waard is, of vrij vertaald naar het vooruitstrevende Europa, je euro vijftig cent. Dat idee heb ik althans als ik de zaterdagboodschappen doe en mijn knip tot de bodem moet legen voor een karretje bonusaanbiedingen. Maar laat ik niet afdwalen van het eigenlijke onderwerp.
De markt. Met zijn geurende stroopwafels, kratjes blozende appels voor een tientje en vette lekkerbekken. Die ontbraken niet op 'mijn' markt anno 2009. Maar het nostalgische plaatje werd ernstig verstoord door rekken lelijke kleding uit Korea, dubieuze Thaise stereo-apparatuur, Latijns-Amerikaanse nep-crocs en goedkope Oostblokconserven die tegen de houdbaarhoudsdatum aanhingen. We moeten maar globaliseren en met de vaart der volkeren meegaan. Maar ik hoef dat niet altijd leuk te vinden. Soms mis ik het Nederland uit het Polygoon-journaal. Gelukkig is de Weihnachtsmarkt in Aken, waar ik struin as we speak, lekker zichzelf gebleven. Ook al vind ik de Grillwurst mit Currysauze na tien jaar nog altijd niet 'zu fressen'. Inge Mink Mystery meat
Niets werkt zo magnetiserend als een Franse supermarkt. Ik sta onmiddelijk op de rem als het reclamebord van Carrefour in beeld komt, of die van Monsieur LeClerc, dat is me om het even. Uren kan ik staren naar de rijen mystieke blikjes, pakjes met onbekende inhoud en diepvrieszakken vol Franse prutjes.
Vervolgens sla ik een kar van die exotische waar in, om er thuis achter te komen wát nu eigenlijk andouillette is, of clafoutis of sauce pistou. Meestal valt de smaak mee, soms krijg ik zelfs het idee dat het smakelijk is. En héél soms maken mijn smaakpapillen een dansje van geluk, zo schandalig lekker is het. Op een dag kocht ik een blikje met de poëtische naam 'Tripes a la mode de Caen'. Het plaatje zag er aantrekkelijk uit, en warempel, het ragout-achtige gerecht smaakte nog behoorlijk ook. Tot ik op Google Translate opzocht wat er nou eigenlijk op mijn bord lag. Pens. Het eerste wat ik kocht in de Franse supermarkt was een woordenboek Frans-Nederlands. Dierenleed
10 november 2009 - Op een van mijn persreizen (ditmaal in Spanje) raakte ik in een heftige discussie met de fotograaf verwikkeld. Hij was van mening dat stierenvechten mócht omdat het een eeuwenoude traditie betrof.
Dat de stier een pijnlijke en langzame dood stierf, was geen argument. Als het cultuurgoed is, moet het gerespecteerd worden. De Romeinen deden al aan stierenvechten, en daarvoor zelfs de oude Grieken. Het 'stiertje prikken' was bedoeld om de mannelijke superioriteit te bewijzen. Ik behoorde die wijdverbreide volkssport niet simpelweg in het vakje Dierenleed te plaatsen. Ik vond het de grootste bullshit (om in het jargon te blijven) die ik ooit had gehoord. In Turkije jagen ze ezels, die hun leven lang geploeterd hebben, het gebergte in om van de kou en honger om te komen. In China sluiten ze beren op in krappe kooitjes om uit een open wond gal af te tappen. Dat zou al eeuwenlang als liefdesmedicijn werken. Wreedheid uit naam van traditie mag nóóit worden geaccepteerd. Net zo kwalijk als het martelen zelf, is het tolereren van de martelpraktijken van dierenbeulen. Dat zeg ik uit naam van alle ezels, stieren en beren ter wereld. Ter nagedachtenis aan mijn lieve keeshond Gabber Inge Mink Volkje pesten
3 november 2009 - Zijn wij Hollanders nou echt zo vrekkig als onze zuiderburen beweren? Is het spreekwoordelijke (ene) koekje bij de thee, ons geflirt met b-merken, of het kwartje fooi dat we de serveerster royaal toewerpen, niet één grote hoax? Misschien denken de Belgen: screw you, jullie zetten ons als domme patatvreters neer, wij roepen lekker dat 'den Ollander' herkenbaar is aan de vier rietjes in zijn glas cola.
Vorige week was ik in La Bella Venezia, en ik dacht bij mezelf: laat ik hier eens checken of mijn landgenoten associaties oproepen met Mister - en Misses - Scrooge. Ik bevond me toevallig in een souvenirshop waar ze gillend dure voorwerpen van Murano glas verkochten. 'Slijt u nog weleens wat aan Nederlanders?' vroeg ik op de man af aan de verkoopster. Haar reebruine ogen scanden de schappen met het wereldberoemde glaswerk. Nee, niet die paardenkop van drieduizend euro, hoorde ik de souvenirdonna inwendig ratelen, en ook niet dat wandbord van honderdvijftig euro. Ik opperde de glazenset van twee geeltjes. Maar die bleek zojuist verkocht aan een Belgisch stel, of all people. Uiteindelijk kwam het erop neer dat de modale Hollander tevreden was met een miniatuurolifantje van vijf euro. Maar er was een volk dat nog minder kocht. De Fransen inspecteerden al het moois alsof ze in het Louvre waren, maar de stokbroodeters gaven geen sou uit. Hoogste tijd voor de Belgen om een ander volk te pesten... Inge Mink WIFI wat?
27 oktober 2009 - Mijn buurvrouw had - excusez le mot - de ballen verstand van internet. Dat werd me al meteen duidelijk toen ze het World Wide Web hardnekkig met De Internets aanduidde. Meervoud dus. Ook dacht ze dat het een doosje is dat je ergens kon aanschaffen. 'Verkoopt De Bijenkorf De Internets?', vroeg ze me met een serieus gezicht.
'Nee, buurvrouw,' zei ik kalm, de leeftijd van mijn buurvrouw in gedachten houdend (ze vierde al vijf jaar achtereen haar zeventigste verjaardag). 'Maar als u wilt, kan ik een aansluiting verzorgen'. De aansluiting kwam en buurvrouw ging meteen aan de slag met De Internets. Het werd een ramp. Op de plek van een emailadres vulde ze een URL in en andersom ('ik krijg maar geen post'). Bovendien presteerde ze het tegelijkertijd de shift, control, insert en backspace in te toetsen. Op een gegeven moment stond het beeld op z'n kop. Ze liet zich niet uit het veld slaan door al die digitale tegenslagen. Integendeel. De Internets werd een prestigeproject. Op een gegeven moment vroeg ze standaard om een hotelkamer met WIFI. Geen idee wat het was, maar buurvrouw had wel in de gaten dat wij dat belangrijk vonden. Ze wacht nog altijd op de bellboy die met de WIFI op een trolley binnen komt rijden. Inge Mink Smurrie en bagger...
20 oktober 2009 - Afgelopen vrijdag namen we met de hele redactie van de Kampioen afscheid van een oud-collegaatje. Het feestvarken mocht zelf kiezen in welk restaurant we zouden dineren. Natuurlijk werd het 'Frans getint', want de eerste jubilaris die De Lange Muur noemt moet nog worden geboren. Het is bij kantoordiners niet chic om te zeggen dat je erg gelukkig wordt van Nummer 47 met kroepoek. Pizzeria's zijn ook not erg done, en de Griek behoort eveneens tot de categorie 'dat doe je maar op de camping'.
Maar nu komt het: onze Frans getinte kok gaf een persoonlijke noot aan elke klassieker uit de kookbijbel. En we weten waartoe dat leidt. Zo is namelijk ooit de Tong Picasso ontstaan, het goorste gerecht van het westelijk halfrond. Ik eet nog liever stierenballen gekookt in inktvisbloed, dan dat ik een vork prik in deze visfantasie met blikvruchten. Jubileumkok had ook zoiets bedacht: varkenshaas met een halve conservenperzik. Armoedig en ook niet lekker. Sommige chefs hebben een hekel aan mensen. Inge Mink 'Nat voetje halen...'
13 oktober 2009 - Gisteren nog een YouTube-filmpje over Venetië gezien. Dat zag er niet best uit, aquatechnisch gezien dan. De inwoners baggerden met hun rubberlaarzen door decimeters hoog zeewater dat de stad diep was binnengedrongen. Het San Marco-plein zag eruit als een gemeentelijk zwembad. Een hele fraaie, dat dan weer wel.
Ik had steeds minder zin om eind oktober op reportage naar de geboorteplaats van Marco Polo te gaan. Vooral omdat de herfst bijna gegarandeerd voor een mini-tsunami zorgt. Maar middenin de reportage kwam de omslag. Een winkelier sprak lovend over Nederland omdat 'de Hollanders het voor elkaar hadden gekregen de boel droog te houden'. Ik dacht bij mezelf: ben ik nou liever in Venetië mét natte voeten of in een kurkdroog Haags winkelcentrum dat haastig in de fantasieloze stijl van de jaren tachtig is neergezet. Dan maar een nat voetje halen... Inge Mink Gigantische prijsverhogingen
5 oktober 2009 - 'Griekenland duurder dan duur' schreef een verontruste journalist niet zo gek lang geleden. Een andere krant constateerde dat de benzineprijs in Indonesië 'de lucht was ingeschoten'. Tenslotte waren ook toeristen aan de Spaanse costa prijstechnisch het haasje met 'dubbele prijzen op de terrassen'.
Mensen, waar hebben zij/wij het over? Ik ben koud terug uit Griekenland (van een reportage over de locaties waar de filmmusical Mamma Mia! is opgenomen - je leest er alles over in het decembernummer van de Kampioen) en ik kan iedereen verzekeren dat een grote maaltijdsalade niet meer dan een eurootje of vijf kost. Dan zál het bordje slablaadjes met feta een hele euro duurder zijn geworden. So what? De beruchte liter Indonesische benzine kost - hou je je vast aan de tafelrand - twee hele EURODUBBELTJES. Liefhebbers van een biefstuk met frieten hoeven in Salou of een ander Spaans feestoord door de bank genomen niet meer dan een tientje af te tikken. Prijsverhogingen zijn pas écht vervelend voor de lokale bevolking, die vaak stukken minder verdient dan de toerist. De angstaanjagende krantenkoppen ('Parijs onbetaalbaar') appelleren graag aan de bekrompen Nederlander die de hele dag op zijn spaarvarken zit. Maar het is andersom. Suggestieve krantenkoppen verzinnen, da's pas kortzichtigheid. Inge Mink Huizenjacht in de zon
29 september 2009 - Vorige week gezien in de SBS-kijkcijferhit Droomhuis in de Zon: een Brits echtpaar dat voor 50.000 euro een huis zocht in de Spaanse provincie Castilla-La Mancha. Nu wordt de streek niet alleen akelig weinig bezocht door buitenlanders, het is er ook bloedheet. Maar dat trof, want het stel zat graag en lang in de zon. Sterker, de man des huizes oogde als de eerste de beste Costa Brava-ganger.
En daar zat 'm nou juist het probleem. Want de inwoners van de streek waren aartsconservatief. Er was nog een ander obstakel. De huizenjagers spraken geen Spaans, in een gebied waar Engelsen schaarser waren dan zeewater. Uiteindelijk besloot het stel een stekje dichter bij de kust te zoeken. Waarschijnlijk was het de slimste beslissing die ze ooit hadden genomen. Voor een halve ton konden ze dertig jaar een standplaats op een Benidormse camping huren. De lang gekoesterde groententuin zou dan wel altijd een utopie blijven. Maar wie heeft groenten nodig, als je gelukkig bent tussen de fish-and-chips shop en British pub? Inge Mink Amerikanen zijn dom
22 september 2009 - Mijn plan om naar Californië op vakantie te gaan, smeerde een smalend lachje op het gezicht van mijn buurvrouw. 'Tja, Amerika', zei ze meewarig, 'jammer dat er Amerikanen wonen.' Mijn buurvrouw had een stevige hekel aan Yankees, want die waren toch allemaal dom en oppervlakkig. Vervolgens strooide ze zakken belastend bewijsmateriaal over me heen - CSI was er niks bij. 'Ze nodigen je uit om bij hen thuis te komen, maar ze menen er niets van.' En uiteraard weet geen enkele redneck Nederland op een globe aan te wijzen, dat weet ik toch ook wel.
Het viel me nog mee dat ze gloeilampen aan het plafond had hangen, of naar muziek luisterde, toch ook uitvindingen uit het land van Stars en Stripes. McDonald's was echter van de duivel, dat wist ze zeker, want Morgan Spurlock had in zijn docufilm Super Size Me aangetoond dat je moddervet werd van 5.000 kilocaloriën per dag. Ik zei tegen de buurvrouw dat Spurlock evengoed bij de groentenboer 5.000 calorien aan wortels had kunnen eten voor hetzelfde effect, maar ze staarde me aan alsof er draadjes in mijn hoofd los zaten. Over stom gesproken, de domste gans was toch wel Paris Hilton. Buurvrouw kon het niet schelen dat de hotelerfgename naast haar 'trustfund' miljoenen had verdiend met parfummetjes, mode-shows en tv-series. En dat het dus wel meeviel met Paris' IQ. Het enige wat de Hiltontelg kwalijk kon worden genomen is wereldvreemdheid. Weinig andere landgenoten denken dat de Amerikaanse warenhuisketen Wal-Mart 'walls' (muren) verkoopt. Amerikanen zijn doorgaans hartelijk, hulpvaardig, makkelijk en beleefd. Ze zijn ook geinteresseerd in je salaris, slaan door met eten (of supergezond of fastfood), zijn eng vaderlandslievend en ja, ze vragen tot op het irritante af 'how i'm doing'. Een leuk volk met een paar losse draadjes, zo zie ik de Nike dragende uitvinders van de triple hamburger. Een volk dat beter verdient dan ons polderdedain. Inge Mink Overschatte attracties
15 september 2009 - Mogen we iets negatiefs zeggen over het Anne Frank Huis of De Efteling? Nee, natuurlijk niet. Nederlands bekendste attracties zijn bijkans heilig verklaard. Toch blijkt uit een deze maand week gepubliceerd onderzoek van het AD onder meer dan 2000 lezers dat onze grootste publiekstrekkers behoorlijk overschat zijn.
De lezers konden kiezen uit tien grote dagattracties, variërend van het Dolfinarium tot de Rosse Buurt in Amsterdam. Vraag luidde: 'Wat vindt u de meest overschatte attractie van Nederland?' Op de laatste, en dus beste plaats, eindigde het Van Gogh Museum, waarvan één procent van lezers ooit ontevreden de deur uitwandelde. Diergaarde Blijdorp viel zwaar tegen bij drie procent van de AD-abonnees, en ons nationale dolfijnenparadijs in Harderwijk kon vier procent van de lezers niet bepaald bekoren. Tot dusver geen man overboord. Maar dan gaan er klappen vallen. Zo vond tien procent van de lezers Het Achterhuis de meest overschatte attractie van Nederland. Wat nu precies achter die negatieve ervaring zit, is onbekend. Het is op zich fascinerend dat een oorlogssymbool kan 'tegenvallen'. Wat hadden ze dan verwacht? Een lunapark? Onze hoofdstedelijke Red Light District mocht de trofee voor 'zwaarst overschatte attractie van Nederland' in ontvangst nemen. 22 procent vond de figuren die er rondlopen 'schimmig', de toeristen 'dronken' en de dames achter het raam 'treurig'. Dat is nou precies de definitie van een rosse buurt, ofwel: de lezers kregen waar voor hun geld. Ik krijg zo langzamerhand het idee dat de ontevredenheid ligt aan een verkeerd verwachtingspatroon. Het Dolfinarium biedt dolfijnen die kunstjes doen, de Efteling Laven en de rosse buurt prostituees. That's it. Wie dan nog met een ontevreden gevoel naar huis gaat, ziet het hele leven waarschijnlijk door een zwarte bril. Inge Mink Iemand nog een yeti gezien?
(8 september 2009) - Na een lange mediastilte liet Yeti (ofwel Migyur ofwel De Verschrikkelijke Sneeuwman) weer 's wat van zich horen. Vorige week is de kolossale behaarde primaat gefilmd in het Poolse Tatra-gebergte. Het bleek dat Yeti ook maar een (soort) mens is: de geheimzinnige bosbewoner verlekkerde zich stiekem aan de vriendin van de filmmaker.
Sightings van fantasiewezens als Yeti, Bigfoot (de Amerikaanse Yeti) en het Monster van Loch Ness gaan vaak honderden jaren terug. 'Nessie' had al vroeg last van agressieve buien: het watermonster viel in het jaar 564 een voorbijganger aan, volgens de priester Sint-Columba. De godvruchtige getuige hief zijn Latijns kruis op en sprak in de naam van God: 'Tot hier en niet verder! Raak de man niet aan! Ga onmiddellijk weg!' Vreemd genoeg verdween het monster in de diepten van Loch Ness. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: het aantal christenen in de streek verdubbelde. Geloofwaardiger is het als je het monster op film hebt. Het belangrijkste bewijs voor het bestaan van Bigfoot is een opname uit 1967 van Roger Patterson en Bob Gimlin. Te zien is dat de vrouwelijke Bigfoot een beetje loopt te struinen in een bos in Californië. Enigszins verdacht was wel dat de film Planet of the Apes net in de bioscoop was uitgebracht. Het is ook nooit goed. Fans van Bigfoot stellen dat de proporties van de ledematen 'bovenmenselijk' zijn en dus nooit door een mens gekopieerd zouden kunnen worden. Yeah right. Filmheld Superman moet dus wel echt kunnen vliegen. Zelf ben ik tot de conclusie gekomen dat al die Sneeuwmannen en Nessies een verzinsel van de plaatselijke VVV zijn. Geen grotere publiekslokker dan een mysterieus monster. Maak er een vaag filmpje van, zet 'm op Youtube en je spaart miljoenen euro's aan advertentiekosten uit. De VVV van Almere is druk aan het vergaderen. Inge Mink 'If you are stolen, call the police'
(1 september 2009) - De autoriteiten van Sjanghai zijn het zat: overal in de Chinese stad prijken borden met hilarische Engelse teksten. Voor de duidelijkheid: de verkeersborden, instructies voor ticketmachines en gevelspreuken zijn niet grappig bedoeld. Een groots opgezette campagne moet de bewoners aanzetten tot het corrigeren van raadsels als 'Dying right here is strictly forbidden'.
'Chinglish' wordt het mengelmoestaaltje gekscherend genoemd, en de voorbeelden zijn niet aan te slepen. Andere steden en landen maken trouwens ook gretig gebruik van het fantasietaaltje. Op de kruidenafdeling van een supermarkt in Riyadh (Saoudie-Arabië) kun je 'fresh herpes' kopen. Een vrouwensymbool op een toilet in de Chinese stad Tianjin wordt begeleid door de tekst 'Feman' (is dit een man of een vrouw?). In Japan verkoopt een drogisterij het angstaanjagende goedje 'Perfect Eye Remover'. En Taiwan blijkt helemaal niet zo diervriendelijk getuige de gebruiksaanwijzing voor een magnetron die 'great is voor cooking dogs'. Het tussenvoegsel 'hot' maakte de tekst waarschijnlijk nét te lang. Zelf heb ik ook een paar keer letterlijk in een deuk gelegen. Tijdens mijn vakantie op het Griekse eiland Corfu liep ik het eigenaardige bordje 'Pooms for rent' tegen het lijf. Misschien had dat te maken met het feit dat je de Griekse 'P' uitspreekt als een 'R'? Shoppend in Thailand passeerde ik een pettenstalletje dat zijn business aanduidde met 'New Cap & Head'. Altijd handig als je je eigen kop zat bent. Mijn hotel in de streek Pilion beloofde een wel turbulent ontbijt met zijn belofte 'breakfart' included. Dat hotel stond overigens niet ver van het 'Lullo Cafe'. De fantasieborden in Shanghai moeten voor de de World Expo Fair (2010) het veld hebben geruimd. De 'Happy Children Factory' is druk bezig met het leveren van souvenirs! Inge Mink Rusten boven Marilyn
(25 augustus 2009) - Wie eeuwig wil slapen naast filmgodin Marilyn Monroe, moet het lieve sommetje van 4,6 miljoen dollar op z'n Renterekening hebben staan. Dat astronomische bedrag bracht de crypte bóven de tombe van de Hollywood-actrice (1926-1962) deze week op veilingsite eBay op.
Jaren geleden bezocht ik voor een Kampioen-reportage Westwood Village Memorial Park in Los Angeles en ik verbaasde me erover hoe eenvoudig het vermeende liefje van president Kennedy erbij lag. Een witmarmeren muur met vakjes, meer stelde de laatste rustplaats van de ster uit 'Some like it hot' en 'The Misfits' niet voor. Een kleine geruststelling was wel dat op dezelfde begraafplaats sterren lagen als Peggy Lee, Dean Martin, Roy Orbison en Frank Zappa. En dichtbij het graf van de blonde actrice bevond zich een andere 'famous blonde', de onlangs overleden Farah Fawcett. Mocht Hugh Hefner onverhoopt overlijden, dan schuift de Playboy-baas links aan bij zijn beroemdste centerfold ooit. De 83-jarige levensgenieter kocht de tombe in 1992 voor het schijntje van 75.000 dollar. De anonieme koper van het eBay-graf koopt overigens een tweedehands plek. De crypte is nu nog bezet door de zakenman Richard Poncher, die 23 jaar geleden op 81-jarige leeftijd overleed. Hij kocht op zijn beurt het graf van honkbalspeler Joe DiMaggio, die toen net van Marilyn Monroe was gescheiden. Saillant detail: de New York Yankees-speler wilde met zijn gezicht naar beneden worden begraven. Ponchers weduwe verpatste de tombe om de doodsaaie reden dat zij haar hypotheek in Beverly Hills wilde aflossen. Nee, dan had Marilyn in haar pink meer humor. Een van haar vele beroemde uitspraken luidde: "It's not true that I had nothing on. I had the radio on.' Inge Mink |
|
|||||||||||||||||
| COPYRIGHT ANWB 2010 Disclaimer | |||||||||||||||||||